Weekbericht Rotary Club Nijmegen 3 december 2021

 

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 /  Jaargang 64 /  Bijeenkomst  3 december 2021

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MELDT U ALS VERSLAGLEGGER ;  brengt agenda mee en schrijft u in!!

 MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig: 18 leden, 3 online

Gasten: geen

  • Do 9 december:           Paul van Tongeren – titel volgt VERVAL
  • 10 december:                Tjeerd Jansen – Stand van zaken in Aqua Viva. ontwikkelingen van de laatste anderhalf jaar
  • 17 december:                Shireen Kaijadoe – Titel volgt
  • 24 december:                Tjeerd Jansen – Christelijke thema’s in “Lord of the Rings”
  • 31 december:                Geen clubbijeenkomst
  • 7 januari:                       Nieuwjaarsbijeenkomst: winterwandeling

 BELANGRIJKE DATA:  

–         10 december:  Lustrumfeest, dag voor 80-plussers GEANNULEERD

–          14 januari 2022:  Eerste clubbijeenkomst op nieuwe locatie: Groenewoud

MEDEDELINGEN:  

  • Wij hebben allemaal het slechte nieuws van Astrid vernomen. Haar artsen hebben met haar een behandelplan opgesteld. In verband hiermee zal zij de komende tijd niet op de club kunnen verschijnen.
  • De voor vandaag geplande ledenvergadering is uitgesteld omdat zich slechts een gering aantal leden voor deze bijeenkomst had opgegeven. Gezien het belang van de te nemen besluiten wordt ze verdaagd tot een moment waarop meer leden aanwezig kunnen zijn.
  • Er is een alternatief programma voor vandaag: Jan Roelof zal vertellen over de wateroverlast en de overstromingen van de afgelopen zomer.
  • Volgende week zal de bijeenkomst op vrijdag zijn in plaats van de donderdagavond ten gevolge van de coronamaatregelen. Rozenhof kon schuiven, maar onze spreker van de donderdagavond niet. Er wordt nog gewerkt aan een programma voor die vrijdag.
  • Jan Roelof deelt mee dat er een knoop is doorgehakt ten aanzien van de vraag van een overstap naar een andere locatie. Er is overleg geweest met de Vereeniging. Die kunnen ons niet structureel herbergen, omdat zij te vol zitten. Groenewoud kan ons echter wel ontvangen in hun vorig jaar gerenoveerde zaal. Vanaf 14 januari aanstaande zullen wij daar bijeenkomen.
  • Ronald de Groot doet een dringende oproep aan alle leden. Wil je s.v.p. melden om een programmaonderdeel te verzorgen of om iemand van buiten te melden voor het programma. Met name in de komende weken is dat urgent.
  • Er wordt gemeld dat niet alle deelnemers aan het 80+project bericht over de afgelasting hebben ontvangen. Daar zal actie op worden genomen.

Vanwege de penningmeester:

Als de ALV had plaatsgehad, dat had hij een meer uitgebreide rapportage gegeven. Nu geeft hij een korte inkijk in de financiële situatie van de club.

De jaarrekening is nagenoeg compleet, zowel van de club zelf als van het Theo van Broekhovenfonds. Op 13 december zal die in het bestuur worden gebracht, waarna verspreiding in de club zal plaatsvinden. Op de ALV komen we erop terug.

Het eigen vermogen van de club is gestegen. Wij willen 1x de jaarcontributie in reserve hebben, en dat is ook het geval. Er is een extra bijdrage vanuit de clubkas naar de lustrumkas gegaan.

In het Theo van Broekhovenfonds is het eigen vermogen iets gedaald. Het ledenaantal daalt en ook de hoogte van de bijdrage van de individuele leden neemt af. De inkomsten lopen daardoor iets terug. Er zijn dit jaar ook iets meer donaties toegekend. In combinatie leidt dat tot het iets teruglopende resultaat.

De begroting voor het lustrumjaar ziet er gezond uit. Er worden gelden gereserveerd voor het 80+project, in de hoop dat het later in dit jaar toch nog kan plaatsvinden.

De algehele samenvatting kan zijn, dat wij als club financieel in goede gezondheid verkeren. De penningmeester wordt met applaus bedankt.

Jan Roelof: Hoogwater 2021

Jan Roelof memoreert dat er in de afgelopen zomer in het zuiden van het land en in onze buurlanden  sprake was van grote overlast. Er heeft zich een heel uitzonderlijk situatie voorgedaan die tot extreem hoogwater leidde. Hij toont een aantal foto’s die de ernst van de gebeurtenis duidelijk illustreren.

In reactie op de overstromingen is binnen een week een taskforce van start gegaan op initiatief van de TU Delft. Jan Roelof heeft de leiding daarvan op zich genomen. Het doel was om informatie te verzamelen, opdat we ons beter zouden kunnen voorbereiden op de toekomst, en schade te voorkomen of te beperken. Het doel was nadrukkelijk niet om beleidsaanbevelingen te doen of gevoerd beleid te evalueren. Het ging om het verzamelen van technische en feitelijke gegevens. Daartoe is veldbezoek verricht en er is veel informatie aangeleverd door deelnemende instituten zoals het KNMI en verschillende universiteiten en onderzoeksinstituten. Het onderzoek is uitgevoerd en afgerond in een periode van zeven weken.

Het onderzoek heeft gefocust op een zestal onderwerpen.

In meteorologisch opzicht moet gesproken worden van een extreme en uitzonderlijke gebeurtenis, waarbij een record hoeveelheid neerslag is gevallen, die leidde tot een record aan af te voeren water. De neerslag werd veroorzaakt door een “koudeput” die op z’n plek werd gehouden door een tweetal hogedrukgebieden aan weerszijden. In die koudeput kwam heel veel water naar beneden, en die hoeveelheid neerslag is eigenlijk pas de dag tevoren juist voorspeld. Alle voorspellingen in de dagen daarvóór schatten de hoeveelheid neerslag veel te laag in, hetgeen bijvoorbeeld in Duitsland geleid heeft tot onjuistheden in de alarmering van de bevolking.

De primaire waterkeringen hebben zich in Nederland grosso modo goed gehouden. Er waren wel een paar kritieke situaties. En in ieder geval is er een grote inzet van noodmaatregelen gemobiliseerd voor het geval er toch iets mis zou gaan. Bij een aantal niet-primaire waterkeringen hebben zich wel doorbraken voorgedaan, zoals in Roermond bij de hockeyclub Concordia. Ook zijn er een paar zandmeevoerende wellen geweest, waarbij de grootste gevolgen echter konden worden voorkomen.

In de rivieren heeft de plotseling ontstane hoeveelheid water tot hoge waterstanden geleid. Maar, vergeleken met het hoogwater in 1993 en 1995, was dat niet extreem. Dat hangt samen met verbeteringen in het stroomgebied. Er waren wel andere effecten, zoals enorme erosie en dus ook grote depositie van sediment. De erosie heeft zich voorgedaan aan de oevers, maar ook aan de bodems van rivieren. Erosie aan de bodem kan grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer die plaatsvindt bij strekdammen. Als de bodem in de buurt van een strekdam verdwijnt, kan vervolgens de dam zelf in de rivier verdwijnen. Wat ook in grote hoeveelheid verdwenen is, is plastic. Naar schatting is zestig maal de normale hoeveelheid plastic naar zee gespoeld.

Er is enorme schade veroorzaakt. In Nederland wordt de schade geschat op 350 à 600 miljoen. Er is fysieke schade geleden aan gebouwen, inboedels, infrastructuur, landbouw-producten  etc. Ongeveer 5000 inwoners, 2500 huizen en 600 bedrijven langs de Geul, de Roer en de Maas zijn daar direct door getroffen. Maar er is ook schade opgetreden door bedrijfsuitval.

De schade in Nederland was veel hoger dan bij de incidenten in 1993 en 1995. Maar ze vallen in het niets bij de rampzalige schade in België en Duitsland. In Nederland zijn er geen dodelijke slachtoffers te betreuren geweest. Maar in België zijn er minstens 42 doden gevallen en in Duitsland 180. De materiële schade in België bedraagt meer dan 350 miljoen. In Duitsland komt de schade op 20 à 30 miljard.

Bovendien is er immateriële schade in de vorm van stress en gezondheidsproblemen. Navraag bij huisartsen en bedrijfsartsen maakte duidelijk dat er direct na de overstroming een piek was in angstklachten en klachten over stress en bezorgdheid. Een maand na de overstroming was de piek van die klachten lager, maar nog steeds veel hoger dan normaal. Ten aanzien van de watervoorziening hebben wij geluk gehad dat de ramp zich voordeed in een zomer die niet erg droog was. Maar vanwege het gevaar van besmet water was de waterinlaat bij Roosteren anderhalve maand buiten bedrijf, hetgeen in een droge zomer tot capaciteitsproblemen in de drinkwatervoorziening zou hebben geleid.

Tot slot de kwestie van evacuaties en noodmaatregelen: het crisismanagement loopt via de veiligheidsregio’s en is geen verantwoordelijkheid van de waterschappen. Er is door water-schappen wel bijstand verleend, zoals er ook bijstand kwam van defensie en het Rode Kruis, maar ook bijvoorbeeld door bedrijven die hun materieel en menskracht inzetten. In de loop van de avond van 14 juli en tot de 16e zijn er ongeveer 50.000 mensen geëvacueerd. Er is echter nauwelijks gebruik gemaakt van noodopvang. In sommige gevallen zijn mensen gered door hulpdiensten, maar verreweg de meesten hebben het overstromingsgebied op eigen kracht kunnen verlaten. De evacuatie heeft ook een ziekenhuis en een aantal zorginstellin-gen getroffen.

Samenvattend: Er heeft zich een zeer uitzonderlijke en rampzalige situatie voorgedaan, die overigens niet met enige zekerheid gerelateerd kan worden aan de klimaatproblematiek. De schade is nu veel groter geweest dan bij de overstromingen in 1993 en 1995. De paniek die zich toen voordeed, heeft zich nu echter niet voorgedaan. Er is nauwelijks een politieke reactie op de gebeurtenissen geweest, wellicht ook omdat de pandemie de aandacht wegnam.

Maar Nederland heeft wel geluk gehad. Het had allemaal veel ernstiger voor ons kunnen uitpakken. Zowel nationaal als internationaal moet deze gebeurtenis worden gevolgd. Zo is er nog geen internationaal rampenplan, hoewel er wel gegevens worden uitgewisseld. Op het gebied van de internationale samenwerking bij een ramp als deze, valt er nog wat te doen.

 

Jan Roelof heeft ons een boeiende inkijk gegeven in het hoogwaterprobleem in juli. En het is voor ons mooi om te zien, hoe betrokken hij bij deze problematiek is.

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.