Weekbericht Rotary Club Nijmegen 2 september 2022

Rotary Club Nijmegen
Clubjaar 91 /  Jaargang 65 /  Bijeenkomst 2 september 2022
Motto van clubvoorzitter Maike Woldring  “De hoogte en de diepte in”
Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT
Aanwezig: 9 leden
Gasten: geen

PROGRAMMA:
-donderdag 8 september (18.30 u.):” In de schemering van de dageraad, Berlijn1861” Cor Cremers

BELANGRIJKE DATA:
– dinsdag 13 september, 20.00-22.30 uur Beek-Ubbergen: Pianorecital & Goed Gesprek: Sebastiaan Oosthout speelt Franz Liszt Années de Pèlerinage. Aanmelden vòòr 9 sept. via: info@mariekevanbaarle.nl (zie ook email 27 aug.). Kosten cpl. €35.
– woensdag 28 september,   Bijzonder vergadering i.v.m. vaststellen van de Statuten en Huishoudelijk Reglement. Plaats: de grote (boven)zaal van de Thiemeloods, Leemptstraat 34, Nijmegen (Bottendaal). Dus niet in restaurant Groenewoud.

MEDEDELINGEN:
– Inkomend voorzitter Eelke doet een DRINGENDE OPROEP aan alle leden voor hun aanwezigheid op 28 september a.s. Er is voldoende quorum nodig om de Statuten en het Huishoudelijk Reglement te kunnen vaststellen.
Of het mogelijk is via een machtiging te stemmen zal nog bekeken worden.
Hans de Haan vraagt om reactie op zijn schriftelijke opmerkingen o.a. met betrekking tot attendance en leeftijd en wat precies bedoeld wordt met de ”maximale” inspanningsverplichting om aanwezig te zijn. Dit om inhoudelijke discussie op 28 september zo veel mogelijk te vermijden en de vaststelling zo glad mogelijk te laten verlopen.
Eelke geeft aan dat de leden alle stukken nog zullen ontvangen.
Nogmaals het verzoek dat iedereen zich via de app tot 12 uur van tevoren dient aan te melden zodat restaurant Groenewoud hier rekening mee kan houden.

VERSLAG VAN DE BIJEENKOMST:
Bij zijn afscheid op 29 oktober 2021 als Hoogleraar Internationale Economie bij de Sectie Economie en Bedrijfseconomie van de Radboud Universiteit werd Eelke de Jong de vraag gesteld: ” Welk boek wil je nog schrijven?”
Dat boek lag in feite al klaar: “Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economies”, kwam in november 2021 uit.
Onder de titel: ”Hoe waardevrij is de econoom?” begint zijn lezing.

Ten grondslag aan het idee voor deze studie lag het boek “Allemaal andersdenkenden” van Geert Hofstede dat Eelke jaren eerder las tijdens een vakantie op Corsica. Op basis daarvan schreef Eelke: “Culture and Economics”(april 2009).

Het antwoord op de vraag in de titel is kort en krachtig: ”De econoom is niet waardevrij”.
Hieronder een samenvatting van de tekst, beschikbaar gesteld door Eelke:

Hoe waardevrij is de econoom?

De afgelopen decennia is binnen de economische wetenschap steeds meer belangstelling voor het niet-rationele gedrag van mensen. Dit uit zich in deelgebieden als gedragseconomie en economie en cultuur. Gedragseconomie bestudeert het feitelijk gedrag van individuen en maakt intensief gebruik van inzichten uit de psychologie. Economie en cultuur concentreert zich op patronen in het gedrag van leden van groepen. Vaak bestaat de groep uit de bevolking van een land maar het kan ook een beroepsgroep of een bepaalde leeftijdsgroep zijn.

De onderliggende veronderstelling van beide benaderingen is dat de werkelijkheid te gecompliceerd is om door een individu of groep individuen op een rationele manier begrepen te worden. Bijgevolg maakt men gebruik van de incomplete kennis die men al heeft. Deze kennis is verworven door opvoeding en opleiding en door persoonlijke ervaringen en als het om groepen gaat door een gemeenschappelijke geschiedenis. In beide soorten analyses staat de wetenschappelijke econoom als objectieve observant aan de zijlijn. Aangezien de econoom ook een mens is, en dus net als anderen niet de hele werkelijkheid kan bevatten, is de aanname van onafhankelijkheid zeer discutabel. Net als andere ingezetene van een land en leden van een bepaald cohort, zal de econoom oordelen hebben die gevorm zijn door opvoeding inclusief onderwijs en eigen ervaringen. Als deze redenering klopt, dan mag verwacht worden dat de meningen van economen, politici en de bevolking van een land sterk met elkaar samenhangen.

In het boek Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economiesuitgegeven bij Routledge, onderzoeken de auteurs het verband tussen de belangrijke waarden van de bevolking, de wijze waarop deze in de dominante economische theorieën tot uiting komen en het gevoerde beleid in drie landen. De drie landen zijn de Verenigde Staten (VS) als representant van de vrije markeconomie, Duitsland als vertegenwoordiger van de gecoördineerde markteconomie en Frankrijk als hiërarchische markteconomie. Voor alle drie de landen wordt onderzocht wat de houdingen ten aanzien van de markt is. Hierbij wordt gelet op de het belang dat aan het individu wordt gehecht, de houding ten aanzien van verschillen tussen bevolkingsgroepen en de afweging tussen effecten op lange en op kort termijn: tijdsvoorkeur.

Een analyse van de dominante waarden onder de bevolking leert dat alle drie landen het individu hoog aanslaan. Maar op de schaal Individualisme – Collectivisme is de score voor de Verenigde Staten het hoogste. De Duitse bevolking hecht meer dan de bevolking van de andere twee landen aan het rekening houden met de gevolgen op de langere termijn en is ook meer onzekerheid mijdend dan de anderen. Ten slotte scoort Frankrijk hoog op de acceptatie van hiërarchie: de mate waarin de lagere klassen een elite accepteren. Tevens blijken de hoger opgeleiden en hogere inkomens in Frankrijk hun kinderen andere waarden te leren dan de lagere sociale klassen. In de andere twee landen is dat verschil veel minder.

Deze dominante waarden zien we ook terug in de visie van economen op de markt. De Amerikaanse vrije markt denkers benadrukken dat op een markt concurrentie heerst. Degene die het beste aanbod doet krijgt daardoor de order. Hierdoor wordt het individu in staat gesteld om zichzelf te verwezenlijken en niet op ras of geslacht te worden beoordeeld. Van belang is dat iedereen dezelfde mogelijkheden krijgt. De theorie besteedt geen aandacht voor de resulterende grote verschillen tussen personen en bedrijven die hierdoor kunnen ontstaan. Men is geneigd te vinden dat dit de terechte opbrengst van hard werken en individueel vernuft is. In het beleid is de nadruk op individu en klein ook terug te vinden. Zo heeft in de VS lange tijd unit banking als de norm gegolden. Dit hield in dat banken maar één vestiging zouden mogen hebben. Verder wilde men concentratie van aandeelhouderschap voorkomen. Daardoor konden banken en verzekeringsmaatschappijen geen grootaandeelhouder van bedrijven worden. Uiteindelijke leidde dat tot veel macht bij het management. Om dat weer tegen te gaan is de macht naar de aandeelhouder verschoven en het aandeelhouderskapitalisme ontstaan.

De Duitse ordoliberale traditie is ontstaan als tegenwicht en verzet tegen het Nazi regime. De ordoliberalen zien de markt als een ordeningssysteem dat de macht van de overheid – de al het leven overwoekerende bureaucratie, aldus Ludwig Erhard – en de macht van de grote bedrijven moet beperken. Het is de enige theoretische stroming van de drie die aandacht heeft voor de gevolgen op lange termijn, zoals een te scheve inkomensverdeling. Ook wil men vermijden dat een oplossing gaat leiden tot moral hazard problemen: het verschijnsel dat men geen rekening houdt met mogelijke toekomstige risico’s omdat men verwacht dat de overheid die dan wel oplost. In de praktijk leidt de hoge mate van onzekerheid mijding tot een cultuur gericht op stabiliteit en een conservatieve houding. Het is opmerkelijk dat de financiële sector in Duitsland na de oorlog niet veel veranderd is. Een reden kan zijn dat men altijd terughoudend is geweest ten aanzien van nieuwe producten. Tevens blijken Duitse beleggers een voorkeur te hebben voor vastrentende beleggingen.

In Frankrijk is na de oorlog een hiërarchische economie opgezet. In deze economie heeft de overheid een grote rol. Ze is (mede)eigenaar van bedrijven en topambtenaren, die op de elitaire Grandes Ecoles zijn opgeleid, wisselen tussen posities in de directie van bedrijven en in het ambtelijk apparaat. De economische theorie die hierbij past, is die van de economische ingenieurs. Ze bestuderen op theoretisch vlak de vrije markt. Het doel hiervan is niet dat de vrije markt in de praktijk wordt gebracht, maar dat de overheid de prijzen zo vaststelt dat ze de prijzen op een vrije markt benaderen. Immers dan komt de meest efficiënte prijsstelling tot stand. Kortom, economische wetenschap is een instrument voor de elite om het land te bestuderen. Na de Tweede Wereldoorlog was het financiële systeem onder controle van het Ministerie van Financiën. Elke soort financiële instelling had zijn eigen rol. De spaarbanken, bijvoorbeeld, verzamelden geld via spaarrekeningen. De opbrengst mochten ze niet zelf beleggen, dat was de taak van andere banken. Al tijdens de jaren zestig bleek dit systeem te star. Maar pas begin jaren tachtig werd het hervormd, door alle banken te nationaliseren. Een mooie illustratie van het feit dat de elite voor de oplossing moet zorgen.

De geschiedenis van Frankrijk en Duitsland illustreert dat cultuur niet altijd vastligt. Met name ingrijpende gebeurtenissen, zoals een oorlog kunnen de inzichten beïnvloeden. In dit geval heeft de Tweede Wereldoorlog ertoe geleid dat Duistand van een gecentraliseerde economie is overgegaan naar een meer door de markt gestuurde economie. In Frankrijk heeft het omgekeerde proces plaats gevonden. De economische theorie beweegt mee.

Eelke de Jong
Emeritus hoogleraar Internationale Economie

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Paul Dirven, Salima El Guada, Jan Ramakers en Astrid Wessels (vz).
Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.