Weekbericht Rotary Club Nijmegen 14 januari 2022

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 / Jaargang 64 /  Bijeenkomst  van 14 januari 2022

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig:       27

Gasten:           geen

VERJAARDAGEN

  •  Francis Raymakers, 12 jan
  • Michiel van Heereveld, 13 jan

PROGRAMMA:

  • 21 januari 2022:  Eelke de Jong  Mijn ervaring als bestuurder bij de universiteit
  • 28 januari 2022: Peer Scheepers  Sociale cohesie in Nederland de eerste decennia na de  eeuwwisseling
  • 4 februari 2022: Michel van Heereveld Beroepspraatje

 BELANGRIJKE DATA:  

 MEDEDELINGEN:  

Anneke Gabreëls is op donderdag 13 januari overleden.

Voordracht

Hans de Haan “Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat”.

Hans heeft ons geïnformeerd en zeer zeker ook onderhouden, ik mag wel zeggen, vermaakt met een interessant verhaal over de voormalige bewoners. Om zijn verhaal geen afbreuk te doen volgt hierna zijn relaas, met daarna nog een toegift. Dit toegift is later toegevoegd en dus voor eenieder nog ongekend.

(Hans gaf nog zeer nadrukkelijk aan dat een live uitvoering, leuker en interactiever zou zijn, maar in deze tijden is het nu eenmaal behelpen. En dus danken we Zoom voor de geboden diensten.)

Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat

———————————————————————————–

De titel Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat zou de indruk kunnen wekken dat ik iets over die kamerbewoners zou weten te vertellen. Die indruk is juist. Dat kan ik, maar over enkele kamerbewoners van vroeger. Ik begin met mijzelf. Ik kreeg toen ik 1 juli 1975 bij HASKONING in dienst trad, in het kantoor een kamer toegewezen aan de Pater Brugmanstraat, die ik met een oudere collega deelde, die goed kon schrijven en die vloeiend Frans sprak als een Fransman uit de Elzas. Bovendien was hij ook nog Amsterdammer, die op het hetzelfde Lyceum in Amsterdam gezeten had, maar enkele klassen hoger. Mijn voornaam- genoot rust op het Amsterdamse Zorgvlied. Ik heb die kamerbewoners van vroeger, waarover ik hier spreek allen overleefd, omdat ik de jongste ben. Genoeg over mijzelf.

In de Pater Brugmanstraat nr. 45 was een pension voor niet onbemiddelde studenten; daar woonden eind jaren dertig twee studenten op kamers, die later grote landelijke bekendheid zouden krijgen, te weten: de schrijver Godfried Bomans, die Wijsbegeerte studeerde in Nijmegen, en de latere minister en minister-president Jo Cals, die Rechten studeerde.  Godfried Bomans, was in 1939 naar Nijmegen gekomen, had in 1936 in Amsterdam zijn kandidaats Rechten gedaan. Er wordt ook wel over hem gesproken als een gesjeesde student in de Rechten. Over zijn nieuwe onderkomen schreef Bomans: ‘Ik geniet. Uit dat angstige Amsterdam, ben ik in een lieve stad gekomen. Pater Brugmanstraat 45 is een gelukkig kosthuis. En de straat heeft al zo’n geruststellende naam.’

Godfried Bomans schrijft: ‘Nijmegen vond ik heerlijk. Het is een klerikale stad. Nergens ter wereld bepaalt de zorg voor het hiernamaals zozeer het straatbeeld als hier. Het is een stad van kloosters, noviciaten en moederhuizen; er wordt geluid en gebeierd dat het een lieve lust is en de wierook drijft er verkwistend door de straten. Dit is het eerste, wat een Hollandse student aan Nijmegen opvalt: een zekere onbekommerdheid. Hij komt uit een gewest, waarvan de bewoners voor het merendeel de mening zijn toegedaan dat uit dit leven gehaald moet worden wat erin zit, omdat het daarna afgelopen is. Deze overtuiging brengt, en wel voornamelijk in de sector van het amusementsbedrijf, een koortsachtige activiteit met zich mee. In Nijmegen echter heerst de opvatting, dat het er allemaal niet zo toe doet. Omdat het eigenlijke pas hierna begint. Men antichambreert er op de eeuwigheid, wat aan het leven een bekoorlijk laissez-aller verschaft.’ Aldus Godfried Bomans. Het kan verkeren!

In zijn studentenkamer in de Pater Brugmanstraat  begint Bomans met het schrijven van Erik of het kleine insectenboek. Het huis aan de Pater Brugmanstraat 45 stond later bij studenten bekend als ‘Residentie Bomans’.

Bomans heeft ook een tijdje gewoond op de Twaalf Apostelenweg nr. 20 om op het huis en de dieren te passen van een familie die langere tijd in Italië verbleef. Daar zou hij grotendeels Erik of het klein insectenboekafgeschreven hebben. In dat huis was een papegaai, die Rotterdam kon zeggen. Met Nijmegen lukte dat niet. Het standsgevoel van de bewoners van het huis, mevrouw had het nogal hoog in de bol, zou Bomans op het idee gebracht hebben om in één van zijn boeken de zinsnede op te nemen: ‘men is het of is het niet.’

Ook de voormalige Sint Jozefkerk aan het Keizer Karelplein nr. 19 heeft een rol gespeeld in het leven van Bomans. Het was de kerk waar Titus Brandsma preekte. De kerk heet niet voor niets Titus Brandsma Gedachteniskerk. In 1941 was er een tweede poging gedaan om te trouwen in die kerk. Hij was al verloofd met Gertrude Anna Maria Verscheure, om onbekende reden in de wandelgangen Pietsie genoemd. Het kerkelijk huwelijk ging niet door. Michel van der Plas die bevriend was met Bomans schreef daarover dat hij er nog  niet klaar voor geweest zou zijn. In april 1944 trouwde hij voor de wet in Nijmegen en meer dan een jaar later in augustus 1945 werd het kerkelijk huwelijk ingezegend.

Bomans die sinds 1939 in Nijmegen woonde, maakte daar ook de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 mee. Het zou de nacht geweest zijn dat de Duitsers via de Oranjesingel de stad binnenslopen. Hij schreef daarover:

 “Tot de weinige bewoners van Nijmegen, die de nacht van 9 op 10 mei wakend hebben doorgebracht, behoren de heer Triebels en ik. Wij hadden afgesproken om samen te gaan rijsttafelen in ‘Germania’, een restaurant aan het Keizer Karelplein, dat direct na de Bevrijding ‘Normandië heet: een naamsverandering, waarin de gehele oorlog besloten ligt.”

Hotel-restaurant Germania stond op de plaats van de huidige Rabobank. Het was een bekende pleisterplaats voor de academische gemeenschap.

Een ervaring van Bomans een dag later op 11 mei 1940 op de Ubbergse Veldweg, die een grote indruk op hem heeft achtergelaten:

“Het gebeurde op de Ubbergse Veldweg, waar een Duitse soldaat krachtig voortstapte om zijn kazerne nog vóór de taptoe te halen. Plotseling stak hij zijn hand op en sommeerde een fietser af te stappen. De man voldeed aan dit bevel en bleef afwachtend naast zijn rijwiel staan. Wat er toen gebeurde, was iets ongelofelijks. De soldaat nam bedaard de fiets over, alsof deze hem werd aangereikt, zwaaide zijn been over het zadel en trapte kalm de tegenovergestelde richting uit. De vanzelfsprekendheid van deze handeling, de rust waarmee zij werd uitgevoerd en tenslotte het bedaarde wegfietsen waren zo verbijsterend, dat de man niets deed dan bewegingsloos zijn eigendom naogen, tot het om een bocht verdween. Toen keek hij mij aan. Ik zal die blik nooit vergeten. De hulpeloosheid ervan, de totale onmacht om die ervaring ergens onder te brengen, het plotselinge besef dat de gebruikelijke rubricering onder het begrip diefstal was weggevallen, dit alles lag er in. Van woede of verzet was geen sprake, die reactie moesten we nog leren. Wat uit die blik sprak was het doffe besef, dat de bodem onder ons bestaan was weggevallen. Meer dan enig andere gebeurtenis uit die dagen bracht dit kleine incident mij het inzicht bij dat de rechtsorde der democratie, steunend op de mogelijkheid van appèl, vervangen was door de luim van een voorbijganger.”

Het leven ging echter door

Bomans verbleef tot 11 april 1943 in Nijmegen. Dat is de dag waarop rector magnificus professor Hermesdorf de universiteit sloot, uit protest tegen het voornemen van de bezetter om alle studenten te dwingen een loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Veel studenten onder wie ook Godfried Bomans doken onder. Later verhuisde hij weer naar Haarlem, waar hij vandaan kwam. Daar bood hij onderdak aan Joodse onderduikers. Bomans ontving postuum van het Israëlische Yad Vashem de eretitel rechtvaardigen onder de volkeren.

Van studeren kwam niet zoveel

Bomans kon humoristisch schrijven over zijn studietijd. In 1953 schreef hij zijn Nijmeegse herinneringen op: Een wezenstreek van het studeren voor de oorlog bestond hierin, dat het afleggen van een doctoraalexamen wel niet tot de geheel buitengesloten, maar toch tot de zeer verwijderde mogelijkheden behoorde. Zo zag ik het althans en ik koos mijn vrienden onder hen, die het ook zo zagen. Wij maakten er geen jachtwerk van. Men ging als het weder gunstig was, naar een college of maakte een praatje met de bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek, die dol op honden was en tussen het voederen door wel eens een boek uitleende, dat hijzelf voor U opensneed, omdat het er anders niet van kwam”.’

Het was de gewoonte om de professor voor het examen een bezoek te brengen, waarbij men zich in de loop van het gesprek liet ontvallen in welk gedeelte van de leerstof men gaarne ondervraagd wilde worden. Dit bracht een enorme tijdsbesparing met zich mee, want de hoogleraar hoefde slechts dit gedeelte na te kijken en werd niet geacht de stof in haar geheel te beheersen. Men besefte in die dagen dat de man, behalve hoogleraar, ook vader en echtgenoot was en begreep tevens dat de drift tot wetenschappelijke verdieping een geregeld cafébezoek, een gezonde liefhebberij in het houden van duiven en een gepaste neiging tot kegelen niet in de weg mocht staan. Ook bood deze werkwijze het voordeel, dat men slechts éénmaal behoefde op te komen. Maar kwam een herexamen niet voor? Zeker, zeker. Zo was er het geval, waarbij de professor in een gedeelte van de stof niet voldoende geïnformeerd bleek en de kandidaat beleefd verzocht over twee weken nog eens terug te komen. De jongen kwam terug en dit keer was de hoogleraar volkomen op de hoogte. We zien uit dit kleine voorbeeld hoe het onderwijzend personeel, als het moest, ook van aanpakken wist. 

Bomans en sinterklaas

Bomans was een studentikoze fantast en feestvierder. En in voor een geintje. Hij heeft het zelfs vanaf 1941 gebracht tot de officiële Sinterklaas van Nijmegen. In het jaar 1940 trad hij al op als Sinterklaas bij het Nijmeegse Studenten Corps Carolus Magnus en schreef daarover:

“Eenmaal zelfs voor het Nijmeegse studentencorps, waarbij ik te paard gezeten en in vol ornaat met een pont van Lent uit de Waal overvoer, omgeven door 3 sloepen vol Zwarte Pieten. Dàt was vakwerk. Jammer dat er een ondoordringbare mist hing, waardoor ik afdreef en te Lobith in volmaakte eenzaamheid voet aan wal zette”.

Typisch voor Bomans is, dat zijn fantasie op hol slaat. Lobith ligt stroomopwaarts. Hij kreeg het als Sinterklaas aan de stok met de schoolhoofden omdat hij vanaf het bordes van het stadhuis de jeugd een dag vrij gaf.

Bomans doet ook aan psychologie

In die tijd studeerde Bomans naast wijsbegeerte, psychologie. Professor Sassen gaf Griekse en Romeinse wijsbegeerte, Professor Hoogveld gaf een inleiding in de wijsbegeerte.  Professor Titus Brandsma geschiedenis middeleeuwse wijsbegeerte en mystiek en Professor Rutten, inleiding en geschiedenis van de psychologie. Professor Rutten stuurde zijn studenten de praktijk in. Godfried Bomans deed voor twee weken testarbeid in Zeeuws-Vlaanderen. Waarover hij met veel bravoure schreef:

“Ik hing de geniale student uit….Daar is die goeie Rutten ingetrapt. Ik werd samen met een vriend erop uitgestuurd om het IQ van de Zeeuwse kinderen te meten….Drie kinderen hebben we getest. Toen hebben we drie maanden gebiljart en zomaar tabellen ingevuld. Te hoog. (Grinnikt). Daarom staan de kinderen in Zeeland nog steeds aangeschreven als de intelligentste in Nederland.”

Bomans en Titus Brandsma

Bomans volgde trouw de colleges van Titus Brandsma en schreef daarover op zijn kenmerkende wijze:

“Titus Brandsma heb ik ook zeer goed gekend. Hij gaf drie colleges achter elkaar op Woensdagmiddag en ik was een van de weinige studenten, die ze alle drie uitzat. Tussen de colleges door wandelde hij tien minuten in de tuin en rookte er een sigaartje. Ik liep dan vaak met hem mee, maar men had daar niet zoveel aan, want hij was zeer verstrooid. ‘Ja, ja’ zei hij vriendelijk, ‘zo kun je ’t ook zien.’ Eens kwam hij op de inval mij te vragen, wat ik eigenlijk studeerde. ‘Volstrekt niets’, zei ik, en dat was ook zo. ‘Een mooie richting,’ meende Brandsma goedkeurend, ‘maar dan moeten we ook aanpakken, nietwaar?’.

[De oorzaak van zijn verstrooidheid was een innige omgang met God en enkele heiligen, die zijn speciale voorkeur hadden, zoals de heilige Theresia van Avila, Johannes van het Kruis en Franciscus van Sales. Iedereen respecteerde dit alibi. Het was zo gemakkelijk om Brandsma erin te laten lopen, dat niemand daar aardigheid in had. Zulke mannen worden door hun argeloosheid beschermd.]

Titus Brandsma was, zoals gewoonlijk heiligen zijn, een slecht neen-zegger. Zo was hij in de loop van zijn vriendelijke leven, geestelijk adviseur geworden van de ontelbare bonden en verenigingen, waaraan het Roomse leven zo rijk is. Hij woonde de vergaderingen bij van katholieke wasbazen, turners en van het roomse rioleringswezen, voortdurend bedacht om de  belangen van hun onderneming in het licht van de eeuwigheid te zien en voortdurend de enige in de zaal, die het gezellige samenzijn vanuit die verrassende gezichtshoek bezag.

Hij was ook de enige mysticus op het vasteland van Europa, die een algemeen spoorweg-abonnement bezat en in treincoupés is zalig geworden. Zijn colleges leden daar natuurlijk onder, maar ik ging er toch heen, omdat hij zo oprecht meende wat hij zei.

Je voelde, als hij over de geschiedenis van de mystiek sprak, dat veel daarvan aan den lijve ondervonden was. Je keek door het collegeraam over zijn geleerde hoofd in de ruisende kruinen van drie reusachtige kastanjes, waarin alle kaarsen al ontstoken waren, lang voor de postulator in Rome zijn paperassen had ingevuld.“

Bomans als auteur

Hoewel Bomans vele boeken, toneelstukken essays en columns schreef, heeft hij nooit een literaire prijs gekregen. Bomans’ werk is moeilijk onder één noemer te brengen, maar hij was zeker een groot stilist. Het werk heeft als kenmerk wendbaarheid, een groot gevoel voor humor en een onverslijtbare ironie. Bomans kon zowel zeer ernstig als zeer lichtvoetig schrijven.

Landelijke bekendheid genoot hij vooral door zijn radio- en televisie optreden. Hij werd een mediapersoonlijkheid! Uit jaloezie geen literaire  prijs?

Simon Carmiggelt (eveneens populair) schreef daarover: ‘Bomans is een groot schrijver. Je mag het alleen niet zeggen’.

Wat zei de schrijver zelf over het schrijven: In zijn stukje met de titel schrijven is schrappen, steekt hij er de draak mee. Op de vraag, schrijft u veel, antwoord hij: Ja, ik begin ‘s-ochtends om vijf uur, hoewel het ook wel eens half zes wordt, want een mens is zwak. En als het donker wordt schei ik ermee uit. De vragensteller zegt zoiets als dat is tijdrovend. Maar zegt Bomans: ik schrijf maar één regel per uur, dus ik moet wel vroeg beginnen.

Serieuzere uitspraken van Bomans over het schrijven:

Wantrouw elke drang tot schrijven behalve de vreugde van het formuleren.

De beloning van het schrijven zit niet zo zeer in het honorarium van de uitgever (want dat is te verwaarlozen), maar in de enorme voldoening die je hebt als je, na lang zoeken, dat wat je wilt zeggen, geformuleerd hebt. Zodat de huid van het woord strak om het begrip zit.

 Een greep uit slechts enkele gezegden van Bomans:

Iedereen weet dat Sinterklaas in Spanje woont, maar niemand neemt de moeite hem daar op te zoeken;

Veel mensen danken hun goede geweten aan hun slechte geweten;

De kunst van te leven is thuis te zijn alsof men op reis is;

Humor is zeldzamer dan ernst. Ernst deelt men met duizenden medeburgers, humor met enkelen;

De meeste mensen onthouden je door datgene waarin je van hen verschilt, niet door dat waarin je met hen verschilt;

Bomans kijkt terug

In 1953 kijkt Bomans om zich heen in het naoorlogse veranderde  Nijmegen en eindigt zijn Nijmeegse herinneringen weer met:

“Door de straten ziet men studenten zich spoeden met werkelijke boekentassen onder de arm, op weg naar colleges, waar door ernstige mannen behartigenswaardige mededelingen worden gedaan en doctorshoeden worden uitgedeeld alsof ’t geen geld kost.”

Anekdotes

Bomans nam voor de eerste keer samen met zijn drie broers deel aan carnaval. Ze gingen schuil in een olifant, ieder van hen in de poot van de olifant. Ze moesten op het podium plaatsnemen om de olifant aan de carnavalsvierders te laten zien. In de buik van de olifant was een tafeltje bevestigd waarop zij konden klaverjassen. Bomans moest als jongste broer vlakbij het achtereind van de olifant gezeten af en toe door het achtereind een gehaktbal gooien om het gewenste effect te bereiken. Volgens Bomans was het publiek enorm onder de indruk. Ze verlieten de zaal met een staande ovatie.

Op het Grand Gala du Disque in 1963 was Bomans gevraagd om op waardige wijze de Edisons te overhandigen aan binnen en buitenlandse artiesten, één van hen was Marlene Dietrich. Voordat zij op het podium verscheen, vertelde Bomans aan de zaal:


“Ik zat eens in de bioscoop en daar werd een film van Marlene Dietrich vertoond. Ik genoot natuurlijk en naast mij zat een heel oud mannetje ook te zuchten van verrukking. Opeens stoot die man me aan in het donker, dat is werkelijk gebeurd, en hij zei ( ) uit de grond van zijn hart: Had mijn vrouw maar een zo’n been.”

De schrijver Godfried Bomans werd tijdens zijn leven steeds minder katholiek. Het Vaticaan met al zijn regeltjes zegde hij vaarwel. ‘Wat hij overhield was Christus’, zei Broshuis, die zijn dissertatie schreef over het geloof van Godfried Bomans.

De naam van Bomans zal eeuwig blijven bestaan, niet op aarde, maar in het heelal. Er is een planetoïde naar Bomans vernoemd. Planetoïde (23404) Bomans draait op een afstand van 257 miljoen tot 426 miljoen kilometer van de Zon zijn rondjes in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter en maakt in 3,45 jaar een omloop om de zon. De diameter van de planetoïde bedraagt ongeveer 7 kilometer. Bomans zag het ruim. Aan beweging komt hij niets tekort.

Toegift: “.. van mijn voordracht gekregen, daarin komt professor Rutten voor. Een 95-jarige oud collega zond ik mijn presentatie toe, omdat hij een Bomans-fan is. Hij schreef mij direct terug met het volgende:

”Professor Rutten, de latere Minister, woonde op de andere hoek dan die van Haskoning (hoek Pater Brugmanstraat en de Berg en Dalseweg). Hij had rood haar evenals al zijn kinderen behalve de oudste dochter die blond was. De badkamer van de familie Rutten keek uit op de tekenzaal (van Haskoning). Als men daar het gordijn niet dicht trok kon je door het matglas het silhouet van de badende figuur zien. Iedereen bij de familie Rutten deed kuis het gordijn dicht behalve de oudste dochter.
Van der Ham (lid van de maatschap) zei dan tegen Maass, de chef tekenkamer: Zeg niets, maar ze staat weer bloot. Van der Ham heeft toen een brief hierover aan de familie Rutten geschreven. Daar heeft hij nooit iets op gehoord. Van der Ham heeft het toen maar opgegeven en de oudste dochter bleef gewoon douchen zonder gordijn dicht te doen met aan de overkant een onrustige tekenzaal.

Op een dag had ze een vriend. En je gelooft het niet maar hij had rood haar.  Toen ze trouwden was er een feest in de tuin. Terwijl de volledige tekenzaal door de ramen stond te kijken, zei Van der Ham: Ja jongen, wij hebben al meer gezien dan jij.”

We hebben er, hoewel via Zoom, van genoten. Dank.[pd]

 

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.