Weekbericht RC Nijmegen 13 februari 2020

Rotary Club Nijmegen
Clubjaar 89 /  Jaargang 62 /  Bijeenkomst 13  februari 2020
Motto van clubvoorzitter Tjeerd Jansen: “Rotary verbindt”
Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:
Aanwezig:   17 leden
Gast: —

PROGRAMMA:

  • Vr 21 feb:  Saskia de Wildt, Beroepspraatje
  • Vr 28 feb:  Tjidde Tempels, Bedrijfsethiek
  • Vr 6 mrt:    Roelof ten Doesschate, Studentenverzet tijdens de Tweede Wereldoorlog
  • Do 12 mrt: 75 jaar bevrijding: Sunsetmarch, inschrijflijst
  • Vr 20 mrt: Clubzaken
  • Vr 27 mrt: Marc van Uhm-generaal b.d., Vredesmissies in Afghanistan, partners welkom
  • Vr 3 apr: Jan Peters SJ, Islam godsdienst van vrede
  • Do 9 apr: Witte Donderdag, Wandeling Hof der Olijven en maaltijd

Vr 17 apr: Anneke Assen, Waarom het thema vrijheid

BELANGRIJKE DATA:  

  • 22 februari 2020: Kreeftenfestijn RC Tongeren
  • 21 maart 2020    : PETS en Assembly
  • 28 maart 2020  : RC Tongeren, Tentoonstelling Roemenië in Gallo-Romaans Museum
  • 1 mei 2020         : RC Tongeren, Tungrirun
  • 15 mei 2020     : Pieter de Bruyn bokaal, MG
  • 16 mei 2020     : Districtsconferentie.

MEDEDELINGEN: 
Er gaat een intekenlijst rond voor de Sunset March op 12 maart 2020 en een voor het verslag .
Op 28 februari zullen ook leden van de Rotary Club Elst onze bijeenkomst bijwonen.
Jan Roelof  en zijn vrouw gaan naar de Kreeftenbijeenkomst in Tongeren.
1 mei is de Tungi-run in Tongeren, waar ook leden van onze club aan mee zullen doen.

VERSLAG:  Ethische dilemma’s in de gemeentelijke zorg Igor van der Vlis

Igor begint met een korte schets van de verschillende banen die hij heeft gehad. In totaal negen. De laatste jaren in het sociale domein als beleidsmedewerker en manager. Sinds kort werkt hij als manager van het Team toegang sociaal domein van de gemeente Lingewaard. Er werken 50 medewerkers in drie teams rondom Huissen, Bemmel en Gendt.  Het team bestaat voornamelijk uit consulenten voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet. De consulenten bereiden besluiten voor om inwoners toegang te geven tot deze voorzieningen en zien toe op de uitvoering. Daarvoor voeren ze gesprekken, doen ze onderzoek en sturen ze de zorgverleners aan. Het team bevat verschillende specialisten, zoals ergotherapeuten, gedragswetenschappers en re-integratie specialisten.
Er zijn ten minste vier dilemma’s te onderscheiden
1. Beleid versus Werkelijkheid: systeem- en leefwereld zijn vaak in contrast. Bijvoorbeeld, nadat is bepaald dat iemand een rolstoel nodig heeft, kan het nog lang duren voordat die is aangemeten en geleverd. Duidelijke communiceren en begrip tonen kan veel helpen.
2.Schaarste versus Zorgplicht: (te) weinig budget. Bij de decentralisatie is 25% op de AWBZ gekort en 15% op de Jeugdzorg. De gemeenten hebben wel zorg- en maatwerkplicht  (open einde regelingen) en kunnen dus niet zeggen: het geld is op en dus behandelen we niet meer.
3.Passend en adequaat toewijzen: wanneer voldoen de geboden zorg en ondersteuning en wie bepaalt dat? (maatwerkplicht). Hier gelden drie sturingsprincipes: kwaliteit, toegankelijkheid, en betaalbaarheid.
4.Toenemende druk: hoe gaan we om met bestuurlijke ambities, politiek afbreukrisico, eisende organisaties en klagende burgers? In dit verband is druk vanuit burgers en politiek ook belangrijk. Bijvoorbeeld iemand voorrang geven omdat hij veel voor de gemeenschap heeft betekend of een familielid is van een wethouder. Daarom is de gedragscode voor ambtenaren uit 2017 van belang.

Deze luidt:

  • Je verleent geen voorkeursbehandelingenJe gaat verantwoord om met de middelen van de gemeente (gelden, diensten, goederen, kennis)
  • Je respecteert de privacy van cliënten en burgers
  • Je geeft juiste, relevante en volledige informatie
  • Je oefent je functie onafhankelijk en onpartijdig uit
  • Je handelt zorgvuldig en behandelt organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect
  • Je neemt geen geschenken aan, reist niet op kosten van derden en je meldt persoonlijke belang
Igor geeft aan de hand van de casus van zijn moeder en haar dementerende partner weer wat er mis kan gaan. In dit geval werd de dementie steeds ernstiger, zodat besloten moest worden om van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (tijdelijk) over te gaan naar de Wet Langdurige Zorg, waardoor de dagbesteding per direct werd opgezegd. De desbetreffende ambtenaar deed echter in eerste instantie erg abrupt en zonder veel uitleg. Dat is later beter uitgelegd.
Enkele opmerkingen en punten tijdens de discussie
In feite is de overheid van het mensbeeld uitgegaan dat iedereen uiteindelijk zich wel kan redden of het eigen netwerk kan activeren. Dat blijkt in de praktijk niet het geval.
In de praktijk blijkt dat door de eis tot aanbesteding gemeenten toch vaak de goedkoopste aanbieder kiezen ook al zegt men voor kwaliteit te gaan. Dit heeft tot gevolg dat de werknemers van deze aanbieders onderbetaald worden (standaard een deel in eigen tijd moeten doen) of veel werkdruk ervaren.
Bij de decentralisatie is het woonplaatsprincipe zo toegepast dat gemeenten met veel behandelende instellingen voor de patiënten in die instellingen moeten betalen. Ze krijgen daar echter niet het benodigde geld voor. Dit wordt aangepast.
Door de decentralisatie is de administratieve last erg toegenomen, omdat gemeenten allemaal eigen codes en eisen hebben. Zo bestond de administratie van Pluryn in 2014 uit 8 personen en in 2018 uit 30 personen. Bij gemeenten is ook meer administratieve last gekomen.
Als een burger niet met een besluit akkoord is kan hij of zij in beroep gaan. In de gemeente Lingewaard heeft Igor dan gedurende 4 weken de mogelijkheid om deze klacht informeel op te lossen.
Joost: keukentafel gesprek is niet informeel want de vertegenwoordiger van de gemeente is gezaghebbend.
Hans de H. wijst er nog op dat de eigen bijdragen voor huishoudelijke hulp verschillen. Valt iemand onder de WMO dan is er een lager tarief dan onder de WLZ.
Eelke beargumenteert dat doordat de hulpverlener ook kostenbewust moet werken de neiging ontstaat de ernst van de situatie te bagatelliseren. Hij kent een geval waarin de behandelaar zei dat de behandeling succesvol was, terwijl dat niet het geval was. De behandelaar gaf toe dat ze het als succesvol omschreef omdat de gemeente niet meer wilde betalen.  Hij heeft groot bezwaar tegen het in de diagnostische fase al introduceren van de kosten. Diagnose en bekostiging moeten volgens hem gescheiden zijn. Degene die de diagnose en de behandeling verzorgt moet in zijn visie eigenlijk niets tot zeer weinig weten van de kosten. De laatste moet door een ander bepaald worden.

Het was een geslaagde informatieve en informele avond.

EdeJ