Weekbericht Rotary Club Nijmegen 14 januari 2022

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 / Jaargang 64 /  Bijeenkomst  van 14 januari 2022

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig:       27

Gasten:           geen

VERJAARDAGEN

  •  Francis Raymakers, 12 jan
  • Michiel van Heereveld, 13 jan

PROGRAMMA:

  • 21 januari 2022:  Eelke de Jong  Mijn ervaring als bestuurder bij de universiteit
  • 28 januari 2022: Peer Scheepers  Sociale cohesie in Nederland de eerste decennia na de  eeuwwisseling
  • 4 februari 2022: Michel van Heereveld Beroepspraatje

 BELANGRIJKE DATA:  

 MEDEDELINGEN:  

Anneke Gabreëls is op donderdag 13 januari overleden.

Voordracht

Hans de Haan “Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat”.

Hans heeft ons geïnformeerd en zeer zeker ook onderhouden, ik mag wel zeggen, vermaakt met een interessant verhaal over de voormalige bewoners. Om zijn verhaal geen afbreuk te doen volgt hierna zijn relaas, met daarna nog een toegift. Dit toegift is later toegevoegd en dus voor eenieder nog ongekend.

(Hans gaf nog zeer nadrukkelijk aan dat een live uitvoering, leuker en interactiever zou zijn, maar in deze tijden is het nu eenmaal behelpen. En dus danken we Zoom voor de geboden diensten.)

Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat

———————————————————————————–

De titel Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat zou de indruk kunnen wekken dat ik iets over die kamerbewoners zou weten te vertellen. Die indruk is juist. Dat kan ik, maar over enkele kamerbewoners van vroeger. Ik begin met mijzelf. Ik kreeg toen ik 1 juli 1975 bij HASKONING in dienst trad, in het kantoor een kamer toegewezen aan de Pater Brugmanstraat, die ik met een oudere collega deelde, die goed kon schrijven en die vloeiend Frans sprak als een Fransman uit de Elzas. Bovendien was hij ook nog Amsterdammer, die op het hetzelfde Lyceum in Amsterdam gezeten had, maar enkele klassen hoger. Mijn voornaam- genoot rust op het Amsterdamse Zorgvlied. Ik heb die kamerbewoners van vroeger, waarover ik hier spreek allen overleefd, omdat ik de jongste ben. Genoeg over mijzelf.

In de Pater Brugmanstraat nr. 45 was een pension voor niet onbemiddelde studenten; daar woonden eind jaren dertig twee studenten op kamers, die later grote landelijke bekendheid zouden krijgen, te weten: de schrijver Godfried Bomans, die Wijsbegeerte studeerde in Nijmegen, en de latere minister en minister-president Jo Cals, die Rechten studeerde.  Godfried Bomans, was in 1939 naar Nijmegen gekomen, had in 1936 in Amsterdam zijn kandidaats Rechten gedaan. Er wordt ook wel over hem gesproken als een gesjeesde student in de Rechten. Over zijn nieuwe onderkomen schreef Bomans: ‘Ik geniet. Uit dat angstige Amsterdam, ben ik in een lieve stad gekomen. Pater Brugmanstraat 45 is een gelukkig kosthuis. En de straat heeft al zo’n geruststellende naam.’

Godfried Bomans schrijft: ‘Nijmegen vond ik heerlijk. Het is een klerikale stad. Nergens ter wereld bepaalt de zorg voor het hiernamaals zozeer het straatbeeld als hier. Het is een stad van kloosters, noviciaten en moederhuizen; er wordt geluid en gebeierd dat het een lieve lust is en de wierook drijft er verkwistend door de straten. Dit is het eerste, wat een Hollandse student aan Nijmegen opvalt: een zekere onbekommerdheid. Hij komt uit een gewest, waarvan de bewoners voor het merendeel de mening zijn toegedaan dat uit dit leven gehaald moet worden wat erin zit, omdat het daarna afgelopen is. Deze overtuiging brengt, en wel voornamelijk in de sector van het amusementsbedrijf, een koortsachtige activiteit met zich mee. In Nijmegen echter heerst de opvatting, dat het er allemaal niet zo toe doet. Omdat het eigenlijke pas hierna begint. Men antichambreert er op de eeuwigheid, wat aan het leven een bekoorlijk laissez-aller verschaft.’ Aldus Godfried Bomans. Het kan verkeren!

In zijn studentenkamer in de Pater Brugmanstraat  begint Bomans met het schrijven van Erik of het kleine insectenboek. Het huis aan de Pater Brugmanstraat 45 stond later bij studenten bekend als ‘Residentie Bomans’.

Bomans heeft ook een tijdje gewoond op de Twaalf Apostelenweg nr. 20 om op het huis en de dieren te passen van een familie die langere tijd in Italië verbleef. Daar zou hij grotendeels Erik of het klein insectenboekafgeschreven hebben. In dat huis was een papegaai, die Rotterdam kon zeggen. Met Nijmegen lukte dat niet. Het standsgevoel van de bewoners van het huis, mevrouw had het nogal hoog in de bol, zou Bomans op het idee gebracht hebben om in één van zijn boeken de zinsnede op te nemen: ‘men is het of is het niet.’

Ook de voormalige Sint Jozefkerk aan het Keizer Karelplein nr. 19 heeft een rol gespeeld in het leven van Bomans. Het was de kerk waar Titus Brandsma preekte. De kerk heet niet voor niets Titus Brandsma Gedachteniskerk. In 1941 was er een tweede poging gedaan om te trouwen in die kerk. Hij was al verloofd met Gertrude Anna Maria Verscheure, om onbekende reden in de wandelgangen Pietsie genoemd. Het kerkelijk huwelijk ging niet door. Michel van der Plas die bevriend was met Bomans schreef daarover dat hij er nog  niet klaar voor geweest zou zijn. In april 1944 trouwde hij voor de wet in Nijmegen en meer dan een jaar later in augustus 1945 werd het kerkelijk huwelijk ingezegend.

Bomans die sinds 1939 in Nijmegen woonde, maakte daar ook de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 mee. Het zou de nacht geweest zijn dat de Duitsers via de Oranjesingel de stad binnenslopen. Hij schreef daarover:

 “Tot de weinige bewoners van Nijmegen, die de nacht van 9 op 10 mei wakend hebben doorgebracht, behoren de heer Triebels en ik. Wij hadden afgesproken om samen te gaan rijsttafelen in ‘Germania’, een restaurant aan het Keizer Karelplein, dat direct na de Bevrijding ‘Normandië heet: een naamsverandering, waarin de gehele oorlog besloten ligt.”

Hotel-restaurant Germania stond op de plaats van de huidige Rabobank. Het was een bekende pleisterplaats voor de academische gemeenschap.

Een ervaring van Bomans een dag later op 11 mei 1940 op de Ubbergse Veldweg, die een grote indruk op hem heeft achtergelaten:

“Het gebeurde op de Ubbergse Veldweg, waar een Duitse soldaat krachtig voortstapte om zijn kazerne nog vóór de taptoe te halen. Plotseling stak hij zijn hand op en sommeerde een fietser af te stappen. De man voldeed aan dit bevel en bleef afwachtend naast zijn rijwiel staan. Wat er toen gebeurde, was iets ongelofelijks. De soldaat nam bedaard de fiets over, alsof deze hem werd aangereikt, zwaaide zijn been over het zadel en trapte kalm de tegenovergestelde richting uit. De vanzelfsprekendheid van deze handeling, de rust waarmee zij werd uitgevoerd en tenslotte het bedaarde wegfietsen waren zo verbijsterend, dat de man niets deed dan bewegingsloos zijn eigendom naogen, tot het om een bocht verdween. Toen keek hij mij aan. Ik zal die blik nooit vergeten. De hulpeloosheid ervan, de totale onmacht om die ervaring ergens onder te brengen, het plotselinge besef dat de gebruikelijke rubricering onder het begrip diefstal was weggevallen, dit alles lag er in. Van woede of verzet was geen sprake, die reactie moesten we nog leren. Wat uit die blik sprak was het doffe besef, dat de bodem onder ons bestaan was weggevallen. Meer dan enig andere gebeurtenis uit die dagen bracht dit kleine incident mij het inzicht bij dat de rechtsorde der democratie, steunend op de mogelijkheid van appèl, vervangen was door de luim van een voorbijganger.”

Het leven ging echter door

Bomans verbleef tot 11 april 1943 in Nijmegen. Dat is de dag waarop rector magnificus professor Hermesdorf de universiteit sloot, uit protest tegen het voornemen van de bezetter om alle studenten te dwingen een loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Veel studenten onder wie ook Godfried Bomans doken onder. Later verhuisde hij weer naar Haarlem, waar hij vandaan kwam. Daar bood hij onderdak aan Joodse onderduikers. Bomans ontving postuum van het Israëlische Yad Vashem de eretitel rechtvaardigen onder de volkeren.

Van studeren kwam niet zoveel

Bomans kon humoristisch schrijven over zijn studietijd. In 1953 schreef hij zijn Nijmeegse herinneringen op: Een wezenstreek van het studeren voor de oorlog bestond hierin, dat het afleggen van een doctoraalexamen wel niet tot de geheel buitengesloten, maar toch tot de zeer verwijderde mogelijkheden behoorde. Zo zag ik het althans en ik koos mijn vrienden onder hen, die het ook zo zagen. Wij maakten er geen jachtwerk van. Men ging als het weder gunstig was, naar een college of maakte een praatje met de bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek, die dol op honden was en tussen het voederen door wel eens een boek uitleende, dat hijzelf voor U opensneed, omdat het er anders niet van kwam”.’

Het was de gewoonte om de professor voor het examen een bezoek te brengen, waarbij men zich in de loop van het gesprek liet ontvallen in welk gedeelte van de leerstof men gaarne ondervraagd wilde worden. Dit bracht een enorme tijdsbesparing met zich mee, want de hoogleraar hoefde slechts dit gedeelte na te kijken en werd niet geacht de stof in haar geheel te beheersen. Men besefte in die dagen dat de man, behalve hoogleraar, ook vader en echtgenoot was en begreep tevens dat de drift tot wetenschappelijke verdieping een geregeld cafébezoek, een gezonde liefhebberij in het houden van duiven en een gepaste neiging tot kegelen niet in de weg mocht staan. Ook bood deze werkwijze het voordeel, dat men slechts éénmaal behoefde op te komen. Maar kwam een herexamen niet voor? Zeker, zeker. Zo was er het geval, waarbij de professor in een gedeelte van de stof niet voldoende geïnformeerd bleek en de kandidaat beleefd verzocht over twee weken nog eens terug te komen. De jongen kwam terug en dit keer was de hoogleraar volkomen op de hoogte. We zien uit dit kleine voorbeeld hoe het onderwijzend personeel, als het moest, ook van aanpakken wist. 

Bomans en sinterklaas

Bomans was een studentikoze fantast en feestvierder. En in voor een geintje. Hij heeft het zelfs vanaf 1941 gebracht tot de officiële Sinterklaas van Nijmegen. In het jaar 1940 trad hij al op als Sinterklaas bij het Nijmeegse Studenten Corps Carolus Magnus en schreef daarover:

“Eenmaal zelfs voor het Nijmeegse studentencorps, waarbij ik te paard gezeten en in vol ornaat met een pont van Lent uit de Waal overvoer, omgeven door 3 sloepen vol Zwarte Pieten. Dàt was vakwerk. Jammer dat er een ondoordringbare mist hing, waardoor ik afdreef en te Lobith in volmaakte eenzaamheid voet aan wal zette”.

Typisch voor Bomans is, dat zijn fantasie op hol slaat. Lobith ligt stroomopwaarts. Hij kreeg het als Sinterklaas aan de stok met de schoolhoofden omdat hij vanaf het bordes van het stadhuis de jeugd een dag vrij gaf.

Bomans doet ook aan psychologie

In die tijd studeerde Bomans naast wijsbegeerte, psychologie. Professor Sassen gaf Griekse en Romeinse wijsbegeerte, Professor Hoogveld gaf een inleiding in de wijsbegeerte.  Professor Titus Brandsma geschiedenis middeleeuwse wijsbegeerte en mystiek en Professor Rutten, inleiding en geschiedenis van de psychologie. Professor Rutten stuurde zijn studenten de praktijk in. Godfried Bomans deed voor twee weken testarbeid in Zeeuws-Vlaanderen. Waarover hij met veel bravoure schreef:

“Ik hing de geniale student uit….Daar is die goeie Rutten ingetrapt. Ik werd samen met een vriend erop uitgestuurd om het IQ van de Zeeuwse kinderen te meten….Drie kinderen hebben we getest. Toen hebben we drie maanden gebiljart en zomaar tabellen ingevuld. Te hoog. (Grinnikt). Daarom staan de kinderen in Zeeland nog steeds aangeschreven als de intelligentste in Nederland.”

Bomans en Titus Brandsma

Bomans volgde trouw de colleges van Titus Brandsma en schreef daarover op zijn kenmerkende wijze:

“Titus Brandsma heb ik ook zeer goed gekend. Hij gaf drie colleges achter elkaar op Woensdagmiddag en ik was een van de weinige studenten, die ze alle drie uitzat. Tussen de colleges door wandelde hij tien minuten in de tuin en rookte er een sigaartje. Ik liep dan vaak met hem mee, maar men had daar niet zoveel aan, want hij was zeer verstrooid. ‘Ja, ja’ zei hij vriendelijk, ‘zo kun je ’t ook zien.’ Eens kwam hij op de inval mij te vragen, wat ik eigenlijk studeerde. ‘Volstrekt niets’, zei ik, en dat was ook zo. ‘Een mooie richting,’ meende Brandsma goedkeurend, ‘maar dan moeten we ook aanpakken, nietwaar?’.

[De oorzaak van zijn verstrooidheid was een innige omgang met God en enkele heiligen, die zijn speciale voorkeur hadden, zoals de heilige Theresia van Avila, Johannes van het Kruis en Franciscus van Sales. Iedereen respecteerde dit alibi. Het was zo gemakkelijk om Brandsma erin te laten lopen, dat niemand daar aardigheid in had. Zulke mannen worden door hun argeloosheid beschermd.]

Titus Brandsma was, zoals gewoonlijk heiligen zijn, een slecht neen-zegger. Zo was hij in de loop van zijn vriendelijke leven, geestelijk adviseur geworden van de ontelbare bonden en verenigingen, waaraan het Roomse leven zo rijk is. Hij woonde de vergaderingen bij van katholieke wasbazen, turners en van het roomse rioleringswezen, voortdurend bedacht om de  belangen van hun onderneming in het licht van de eeuwigheid te zien en voortdurend de enige in de zaal, die het gezellige samenzijn vanuit die verrassende gezichtshoek bezag.

Hij was ook de enige mysticus op het vasteland van Europa, die een algemeen spoorweg-abonnement bezat en in treincoupés is zalig geworden. Zijn colleges leden daar natuurlijk onder, maar ik ging er toch heen, omdat hij zo oprecht meende wat hij zei.

Je voelde, als hij over de geschiedenis van de mystiek sprak, dat veel daarvan aan den lijve ondervonden was. Je keek door het collegeraam over zijn geleerde hoofd in de ruisende kruinen van drie reusachtige kastanjes, waarin alle kaarsen al ontstoken waren, lang voor de postulator in Rome zijn paperassen had ingevuld.“

Bomans als auteur

Hoewel Bomans vele boeken, toneelstukken essays en columns schreef, heeft hij nooit een literaire prijs gekregen. Bomans’ werk is moeilijk onder één noemer te brengen, maar hij was zeker een groot stilist. Het werk heeft als kenmerk wendbaarheid, een groot gevoel voor humor en een onverslijtbare ironie. Bomans kon zowel zeer ernstig als zeer lichtvoetig schrijven.

Landelijke bekendheid genoot hij vooral door zijn radio- en televisie optreden. Hij werd een mediapersoonlijkheid! Uit jaloezie geen literaire  prijs?

Simon Carmiggelt (eveneens populair) schreef daarover: ‘Bomans is een groot schrijver. Je mag het alleen niet zeggen’.

Wat zei de schrijver zelf over het schrijven: In zijn stukje met de titel schrijven is schrappen, steekt hij er de draak mee. Op de vraag, schrijft u veel, antwoord hij: Ja, ik begin ‘s-ochtends om vijf uur, hoewel het ook wel eens half zes wordt, want een mens is zwak. En als het donker wordt schei ik ermee uit. De vragensteller zegt zoiets als dat is tijdrovend. Maar zegt Bomans: ik schrijf maar één regel per uur, dus ik moet wel vroeg beginnen.

Serieuzere uitspraken van Bomans over het schrijven:

Wantrouw elke drang tot schrijven behalve de vreugde van het formuleren.

De beloning van het schrijven zit niet zo zeer in het honorarium van de uitgever (want dat is te verwaarlozen), maar in de enorme voldoening die je hebt als je, na lang zoeken, dat wat je wilt zeggen, geformuleerd hebt. Zodat de huid van het woord strak om het begrip zit.

 Een greep uit slechts enkele gezegden van Bomans:

Iedereen weet dat Sinterklaas in Spanje woont, maar niemand neemt de moeite hem daar op te zoeken;

Veel mensen danken hun goede geweten aan hun slechte geweten;

De kunst van te leven is thuis te zijn alsof men op reis is;

Humor is zeldzamer dan ernst. Ernst deelt men met duizenden medeburgers, humor met enkelen;

De meeste mensen onthouden je door datgene waarin je van hen verschilt, niet door dat waarin je met hen verschilt;

Bomans kijkt terug

In 1953 kijkt Bomans om zich heen in het naoorlogse veranderde  Nijmegen en eindigt zijn Nijmeegse herinneringen weer met:

“Door de straten ziet men studenten zich spoeden met werkelijke boekentassen onder de arm, op weg naar colleges, waar door ernstige mannen behartigenswaardige mededelingen worden gedaan en doctorshoeden worden uitgedeeld alsof ’t geen geld kost.”

Anekdotes

Bomans nam voor de eerste keer samen met zijn drie broers deel aan carnaval. Ze gingen schuil in een olifant, ieder van hen in de poot van de olifant. Ze moesten op het podium plaatsnemen om de olifant aan de carnavalsvierders te laten zien. In de buik van de olifant was een tafeltje bevestigd waarop zij konden klaverjassen. Bomans moest als jongste broer vlakbij het achtereind van de olifant gezeten af en toe door het achtereind een gehaktbal gooien om het gewenste effect te bereiken. Volgens Bomans was het publiek enorm onder de indruk. Ze verlieten de zaal met een staande ovatie.

Op het Grand Gala du Disque in 1963 was Bomans gevraagd om op waardige wijze de Edisons te overhandigen aan binnen en buitenlandse artiesten, één van hen was Marlene Dietrich. Voordat zij op het podium verscheen, vertelde Bomans aan de zaal:


“Ik zat eens in de bioscoop en daar werd een film van Marlene Dietrich vertoond. Ik genoot natuurlijk en naast mij zat een heel oud mannetje ook te zuchten van verrukking. Opeens stoot die man me aan in het donker, dat is werkelijk gebeurd, en hij zei ( ) uit de grond van zijn hart: Had mijn vrouw maar een zo’n been.”

De schrijver Godfried Bomans werd tijdens zijn leven steeds minder katholiek. Het Vaticaan met al zijn regeltjes zegde hij vaarwel. ‘Wat hij overhield was Christus’, zei Broshuis, die zijn dissertatie schreef over het geloof van Godfried Bomans.

De naam van Bomans zal eeuwig blijven bestaan, niet op aarde, maar in het heelal. Er is een planetoïde naar Bomans vernoemd. Planetoïde (23404) Bomans draait op een afstand van 257 miljoen tot 426 miljoen kilometer van de Zon zijn rondjes in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter en maakt in 3,45 jaar een omloop om de zon. De diameter van de planetoïde bedraagt ongeveer 7 kilometer. Bomans zag het ruim. Aan beweging komt hij niets tekort.

Toegift: “.. van mijn voordracht gekregen, daarin komt professor Rutten voor. Een 95-jarige oud collega zond ik mijn presentatie toe, omdat hij een Bomans-fan is. Hij schreef mij direct terug met het volgende:

”Professor Rutten, de latere Minister, woonde op de andere hoek dan die van Haskoning (hoek Pater Brugmanstraat en de Berg en Dalseweg). Hij had rood haar evenals al zijn kinderen behalve de oudste dochter die blond was. De badkamer van de familie Rutten keek uit op de tekenzaal (van Haskoning). Als men daar het gordijn niet dicht trok kon je door het matglas het silhouet van de badende figuur zien. Iedereen bij de familie Rutten deed kuis het gordijn dicht behalve de oudste dochter.
Van der Ham (lid van de maatschap) zei dan tegen Maass, de chef tekenkamer: Zeg niets, maar ze staat weer bloot. Van der Ham heeft toen een brief hierover aan de familie Rutten geschreven. Daar heeft hij nooit iets op gehoord. Van der Ham heeft het toen maar opgegeven en de oudste dochter bleef gewoon douchen zonder gordijn dicht te doen met aan de overkant een onrustige tekenzaal.

Op een dag had ze een vriend. En je gelooft het niet maar hij had rood haar.  Toen ze trouwden was er een feest in de tuin. Terwijl de volledige tekenzaal door de ramen stond te kijken, zei Van der Ham: Ja jongen, wij hebben al meer gezien dan jij.”

We hebben er, hoewel via Zoom, van genoten. Dank.[pd]

 

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.

 

 

 

 

 

Weekbericht Rotary Club Nijmegen 7 januari 2022

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 /  Jaargang 64 /  Bijeenkomst  vrijdag 7 januari 2022

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig: 33 leden online

  • Gasten: Caroline Hoving (gastspreker)

Jarigen in afgelopen periode

  • Helmy Schellens 30 december
  • Elsbeth Rooker 3 januari
  • Roelof ten Doesschate 5 januari
  • Jan Ramaekers 5 januari

Mededelingen

Op donderdag 20 januari 20 uur zijn belangstellende leden welkom aan te haken bij een ZOOM bijeenkomst van RC Wijchen Beuningen Tweestromenland over het Plastic Soup Project. Belangstellenden kunnen zich opgeven bij Jan Roelof en krijgen dan de link voor de bijeenkomst doorgestuurd.

Astrid brengt ons op de hoogte van de voortgang in haar medisch traject.

PROGRAMMA:

  • 14 januari 2022: Hans de Haan “Kamerbewoners van de Pater Brugmanstraat”
  • 21 januari 2022:  Eelke de Jong  Mijn ervaring als bestuurder bij de universiteit
  • 28 januari 2022: Peer Scheepers  Sociale cohesie in Nederland de eerste decennia na de  eeuwwisseling
  • 4 februari 2022: Michel van Heereveld Beroepspraatje

Nieuwjaarstoespraak van onze voorzitter

Beste Vrienden en Vriendinnen,

Van Harte Welkom op deze Nieuwjaarsbijeenkomst de eerste bijeenkomst in het nieuwe jaar.

We gaan hier zo dadelijk een toast op uitbrengen, maar eerst wil ik nog enige woorden tot jullie spreken.

Evenals in 2021 starten we dit jaar in lockdown. Bijzonder vervelend, want fysieke ontmoetingen vormen het hart van onze club. In de loop van het jaar 2021 hebben we gelukkig toch nog heel wat samen kunnen doen.

Een kort jaaroverzicht:

  • Op 3 januari overleed onze vriend en oud-voorzitter Jacques van Schaijk, zeer verdrietig.
  • Op 28 mei vierden we dat Rein Gerretsen 70 jaar Rotary lid van onze club werd, met een heel grote on-line opkomst, ook vanuit Mönchengladbach, waar Rein erelid is.

De jubileumcommissie was zeer actief.

  • Het 90 jarig jubileum van onze club hebben we groots kunnen vieren met een feest in nineties style in de tuin van Bart en Meke Benraad.
  • Het project ter bestrijding van leesachterstanden bij de kinderen van basisschool Hidaya heeft de Bibiliotheek op School kunnen realiseren, en heeft Notebooks beschikbaar gemaakt voor alle leerlingen in groep 8. Vijftien vrijwilligers hebben hands-on enige weken kunnen voorlezen; dit zetten we voort na de lockdown.
  • Het volledig voorbereide 80plus project hebben we helaas moeten doorschuiven naar komend voorjaar.
  • De goede contacten met de clubs in de regio hebben geleid tot een gezamenlijke ontvangst van de gouverneur
  • De internationale contacten zijn in 2021 ook weer opgepakt. RC Mönchengladbach heeft vergeefs geprobeerd de Flip de Bruin Pokal op ons te heroveren op het golfveld. RC Tongeren heeft Hans de Haan als haar erelid benoemd. Les Voies Romaines vond dit jaar doorgang in Luxembourg.
  • De wekelijkse bijeenkomsten van de club konden deels fysiek, deels on-line en deels hybriede het gehele jaar doorgang vinden, met vaak uitstekende voordrachten en een aantal boeiende excursies.
  • En we hebben 3 nieuwe leden in ons midden mogen inaugureren. De Belgen noemen dit “pinnen”.

Een blik vooruit op het komend jaar:

  • We hopen zo spoedig mogelijk weer met fysieke bijeenkomsten te kunnen starten. Die gaan dan plaats vinden in Restaurant Groenewoud.
  • We gaan ons Jubileum programma verder uitvoeren: 80plus, Hidaya en de Berlijnreis.
  • De Algemene Ledenvergadering ter vaststelling van Statuten en Huishoudelijk Regelement wordt opnieuw ingepland
  • Er ligt een ontwerp voor een mooi programma voor de clubbijeenkomsten voor de komende maanden
  • We gaan er een heel mooi jaar van maken, mijn motto is: ROTARY BEWEEGT VOORWAARTS!

TOAST

Jan Roelof Moll  Voorzitter RC Nijmegen 2021-2022

Onze gastspreker Caroline Hoving, met voordracht getiteld: “Waarom lukt het ons niet welvaartsziektes terug te dringen en de gezondheidszorg betaalbaar te houden?”

Helaas is er geen verslag beschikbaar: geen verslaglegger. Goed om hier te vernoemen: een interessante presentatie die een levendige discussie uitlokte!

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.

 

 

 

 

 

 

 

Weekbericht Rotary Club Nijmegen 24 december 2021

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 / Jaargang 64 /  Bijeenkomst  van 24 december 2021

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig:   11 leden

Gasten:  geen

PROGRAMMA:

  • 31 december:                Geen clubbijeenkomst
  •  7 januari 2022:              Nieuwjaarsbijeenkomst: winterwandeling (ovb)
  • 14 januari 2022:            Schouwburg/Vereeniging (ovb)
  • 21 januari 2022:            Eerste clubbijeenkomst op nieuwe locatie: Groenewoud

 MEDEDELINGEN:  

  • Maike Woldring vervangt vandaag Jan Roelof Moll als voorzitter
  • Astrid Wessels laat ons groeten. Zij ondergaat vandaag een operatie, en wij denken aan haar. Een kaartje is altijd welkom.
  • Er volgt nader bericht over de bijeenkomsten aan het begin van het nieuwe jaar. Ronald is op zoek naar een goede invulling van het programma, die in de vorm moet aansluiten bij wat corona-matig mag.
  • Tot nader bericht zullen wij in ieder geval (en hopelijk) met ingang van 21 januari voor de lunchbijeenkomsten samenkomen in Groenewoud.

Inleiding:

Tjeerd Jansen: Christelijke Thema’s in The Lord of the Rings

 Samenvatting:

Tjeerd presenteert het werk van Tolkien en beschrijft de motieven die Tolkien had voor het schrijven van zijn mythologie. Tenslotte schetst hij enkele van de christelijke motieven die in het boek aan de orde komen.

Na zijn inleiding leiden enkele vragen en opmerkingen tot een boeiend gesprek, dat wellicht een keer voortgezet zou kunnen worden.

De inleiding:

Tjeerd begint zijn inleiding met de oproep aan degenen die alleen de films gezien hebben, om toch vooral ook het boek te gaan lezen. Dat is veel rijker en subtieler dan de films kunnen zijn. Degenen die noch de films gezien hebben, noch het boek gelezen, worden gewaarschuwd met een spoiler-alert: In de loop van de inleiding zal ook over het plot van het boek iets gezegd moeten worden.

De opzet van de lezing is grofweg de volgende:

  1. een introductie van Tolkien (1892-1873) en het project van zijn mythologie en zijn boeken, en zijn motieven daarbij;
  2. en vervolgens een korte schets van de belangrijkste christelijke thema’s daarin.

ad 1.    Tolkien en zijn project

Het is heel zelden dat iemand iets doet omwille van één motief alleen. Meestal hebben wij meerdere redenen om de dingen te doen, die wij doen. Dat geldt ook voor Tolkien en de verhalenreeks die hij geschreven heeft.

Het eerste boek dat verscheen (in 1937), was The Hobbit. Dat boek is gegroeid uit de verhalen die Tolkien als vader aan z’n kleine kinderen vertelde rond bedtijd. Als je het leest, valt het ook op dat het echt als een kinderboek begint. Dat wordt zichtbaar in de taal die gebruikt wordt, in de wijze van vertellen, en bijvoorbeeld ook in de versjes die Tolkien er in opnam. Maar tegen het einde van het boek verandert het van toon, en wordt het een stuk volwassener. Ik kom daar op terug.

Het tweede boek dat verscheen (in 1954), is het eerste deel van het hoofdwerk The Lord of the Rings, en de andere twee delen verschenen snel daarna. Maar in de tussentijd zijn er een heleboel andere dingen gebeurd en teksten geschreven, die later zouden verschijnen in de vorm van andere boeken, waaronder verzamelingen van on-afgeronde verhalen. Uiteindelijk verscheen een uitgave van het complete oeuvre van Tolkien, af en onaf, uitgegeven door zijn zoon Christopher.

Al die andere teksten waar Tolkien aan werkte, hangen samen met zijn andere motieven voor het schrijven; de andere motieven dan alleen die van een vader die graag verhalen vertelt. Waar komen die andere motieven vandaan?

Tolkien was van huis uit een filoloog. Hij was van 1925 tot 1945 hoogleraar Angelsaksische taal en van 1945 tot 1959 hoogleraar Engelse taal en literatuur, beide in Oxford. Hij was gek op taal, en bovendien een mens met een oog voor details. Vanaf het moment dat The Hobbit in zijn fantasie vorm begon aan te nemen, is hij begonnen met een constructie van de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. En die constructie begon voor hem – als filoloog en taalliefhebber – bij taal.

In die wereld van Tolkien – Middle Earth noemt hij het – komen vele volkeren voor. Niet alleen mensen, maar natuurlijk ook hobbits. Hobbits lijken op mensen, maar ze zijn half zo groot, over het algemeen tamelijk stevig gebouwd, en ze hebben geen schoenen nodig, omdat ze heel harige voeten hebben. En er zijn nog andere wezens. zoals elven en dwergen. En allerlei kwaadaardige wezens, zoals orcs, die een corruptie van elfen zijn, en dus zo lelijk als elfen mooi zijn.

Maar voor Tolkien begon het dus bij taal. Hij is begonnen met het verzinnen van de talen van de elfen, op z’n laatst in 1915 , dus zo’n 22 jaar vóór zijn eerste boek uitkwam.

Talen hebben volkeren nodig, die die talen spreken. Dus verzon Tolkien volkeren voor de talen die hij aan het ontwikkelen was. En volkeren hebben een geschiedenis nodig, die hen een plaats in de wereld geeft, en de ontwikkeling beschrijft die hun aanwezigheid in de wereld doormaakt. Dus begon Tolkien ook een geschiedenis te ontwerpen. En, zoals de Leidse hoogleraar voor vaderlandse geschiedenis Daniel Roorda ooit zei: “je kunt niet aan geschiedenis doen zonder atlas”. Dus begon Tolkien ook kaarten te maken van zijn wereld.

Talen, volkeren, geschiedenis, kaarten en een geografie; Tolkien ontwierp een wereld. Hij ontwierp die wereld van de grote lijnen van een kosmologie en een mythologie en een geschiedenis, tot in de kleinste details. Om een indruk te geven van de mate van detaillering: In zekere zin is zowel het verhaal van The Hobbit als dat van de Lord of the Rings, een reisverhaal; van het begin van het avontuur tot aan de voleinding ervan. Tolkien heeft die reizen die zijn personages doormaakten tot op de kilometer en het uur doorgerekend. Er wordt door zijn personages geen dag korter of langer gereisd, dan de reis in werkelijkheid nodig gehad zou hebben. En dan de talen die hij ontwierp: Die talen zijn zo compleet ontwikkeld, vooral die van de elfen, dat je ze je leren kan. (En verbazing wek-kend genoeg, zijn er ook mensen die dat doen.) Er zijn inmiddels grammatica’s en woordenboeken, en die talen zijn zo compleet als een taal wil zijn.

Volgens velen is het dat oog voor details dat één van de redenen is, waarom Tolkiens fantasiewereld zoveel mensen fascineert. Het is een wereld die uitermate precies en kloppend in elkaar gezet is, en daardoor werkt.

In de geschiedenis die Tolkien voor Middle Earth verzint kan je een viertal tijdperken onderscheiden.

Het eerste handelt over de schepping en de zondeval en over een – wat voor de volkeren in zijn wereld – prehistorie is. De tweede omvat een antieke periode, en wordt afgesloten met grote volksverhuizingen, die het landschap van Middle Earth totaal veranderen. Vervolgens is er een derde, dat over de middeleeuwen van Middle Earth gaat, en over een nieuwe geschiedenis daarna. Die derde periode van de geschiedenis wordt afgesloten met het vertrek van de elven uit Middle Earth en hun reis over zee – over de sundering seas – naar de gelukzalige eilanden. De verhalen van The Hobbit en The Lord of the Rings situeren zich aan het einde van dat derde tijdperk, dus aan het einde van de nieuwe geschiedenis van Middle Earth.

En daarna volgt een vierde tijdperk, namelijk het “tijdperk van de mens”, waarmee onze eigen prehistorie en geschiedenis begint.

Tolkien presenteert dus zijn wereld als een mythologische wereld, die vóór onze eigen prehistorie en geschiedenis bestond.

Terug naar de motieven: We hebben dus de vader en verhalenverteller. En wij hebben de filoloog en taalliefhebber, die via het verzinnen van talen in de reconstructie van een wereld terechtkomt. Maar het is natuurlijk niet zomaar een wereld die hij construeert. Een volgend motief komt voort uit zijn kennis van de Noorse mythologie. Als student van de noordelijke talen kende hij die mythologie heel goed. En hij was er jaloers op. Het stak hem dat Engeland en de Engelse talen niet zo’n rijke mythologische bodem hadden als de Noorse talen, en hij wilde met zijn fantasiewereld een soort mythologie voor Engeland schrijven. Het is dan ook niet vreemd, dat allerlei belangrijke plekken in Middle Earth, en met name het land van de hobbits (The Shire), doen denken aan plekken in Engeland die Tolkien in het bijzonder dierbaar waren.

Maar in die mythologie komen dan natuurlijk ook de grote thema’s ter sprake, die in mythologieën nu eenmaal altijd ter sprake komen. Zoals met name die van de strijd tussen goed en kwaad. En daarmee zijn wij dan op een heel wat minder onschuldig terrein, dan het onschuldige kinderboek dat The Hobbit is.

Het brengt ons bovendien bij een laatste belangrijk motief in het werk van Tolkien. Tolkien was heel erg katholiek. Hij was zich bovendien heel erg bewust van het feit, dat de westerse wereld aan het seculariseren was. Tolkien maakte deel uit van een groep bevriende hoogleraren – de meeste, maar niet allemaal, katholiek – die daar regelmatig onderling met elkaar over spraken. Met zijn boeken wilde Tolkien dan ook niet alleen een mythologie van Engeland schrijven. Hij wilde daarin ook – op een heel geseculariseerde wijze – christelijk gedachtegoed verwoorden.

Hij wil dat dus op een geseculariseerde en subtiele wijze doen. Je zult in zijn werk de naam van God dan ook niet tegenkomen, en natuurlijk ook niet die van Jezus. Maar het is tegelijkertijd doordesemd met thema’s uit de Bijbel en de christelijke – en met name katholieke – theologische traditie. Vaak gebeurt dat in een korte opmerking of observatie van één van de personages. Maar er zijn ook een paar grotere thema’s die in zijn werk geïncorporeerd zijn. Ik ga op de belangrijkste daarvan kort in.

ad 2.    Christelijke thema’s in het werk van Tolkien

Ik zei eerder al dat The Hobbit minder als een kinderboek eindigt, dan het begint. Dat hangt samen met een ring. Heel in het kort komt het verhaal van The Hobbit hier op neer: Bilbo Baggins is een welgestelde, en beetje gezapige, hobbit. Maar hij wordt uitgenodigd om op avontuur te gaan met een groep dwergen. Die dwergen zijn de afstammelingen van wat ooit een aanzienlijk en machtig geslacht was. Maar zij hebben vele jaren geleden een vernietigende oorlog doorgemaakt, en zijn beroofd van de schat die zij bezaten. Die schat is nu in de klauwen van een angstwekkende en heel machtige draak. Zij willen die schat terug gaan stelen, en Bilbo moet de inbreker zijn die hen daarbij helpt.

Bilbo gaat met hen op tocht, en op die tocht vindt hij een ring die hem onzichtbaar maakt. Dat is natuurlijk heel handig voor een inbreker, en hij maakt er dan ook dankbaar gebruik van. De ring helpt hem om het avontuur tot een goed einde te brengen. So far so good.

Maar terwijl Tolkien de The Hobbit schreef, werkte hij dus ook aan die veel serieuzere mythologie en die geschiedenis van Middle Earth. En hij begon zich vragen te stellen. Zo begon hij zich af te vragen, wat het betekent om onzichtbaar te zijn. Wat betekent het om dingen te kunnen doen, die onzicht-baar en onopgemerkt blijven voor de mensen met wie jij leeft? Wat doet het met jou, als je dingen in het verborgene wilt doen? En wat betekent dan de gave van een ring, die je onzichtbaar maakt? En wat doet het langdurige bezit van zo’n ring met je? Met andere woorden: Tolkien begon te ontdek-ken dat er met die schijnbaar onschuldige ring van Bilbo eigenlijk iets heel sinisters aan de hand is, en dat wat een handige vondst leek, eigenlijk een onheilspellende gave is.

In The Lord of the Rings is die ring dan ook totaal veranderd: De ring heeft een oorspronkelijke eigenaar, namelijk Sauron. Sauron is een dienaar van het kwaad. Gedurende de middeleeuwen van Middle Earth – vele, vele eeuwen vóór Bilbo leefde, in een voor hem al mythologisch verleden – heeft er een enorme oorlog gewoed tussen de machten van het kwaad en degenen die zich tegen dat kwaad verzetten. Tijdens die oorlog heeft Sauron magische ringen gesmeed, die hij aan belangrijke heersers gaf om hen zo onder zijn macht te brengen. Hij smeedde daarbij één ring, waarin hij veel van zijn eigen macht en kunde samenbalde, en die hem hielp om anderen aan zijn heerschappij te onderwerpen. Maar Sauron verloor die oorlog. Hij werd verslagen, en zijn ring ging verloren.

Sauron mag dan echter in die oorlog wel verslagen zijn, maar hij werd niet gedood. En zijn ring mag verloren gegaan zijn, maar hij werd niet vernietigd. En precies die ring wordt door Bilbo op zijn avontuur gevonden.

In The Lord of the Rings is Bilbo inmiddels oud, en niet meer de hoofdpersoon. Een neefje van hem – Frodo – is zijn erfgenaam, en wordt de centrale held van The Lord of the Rings. Aan het begin van dat boek vraagt Frodo, of het inderdaad toeval was dat Bilbo die ring vond. Hij krijgt als antwoord dat het misschien toeval was, maar dat het misschien ook de bedoeling was dat Bilbo de ring zou vinden. En dat het daarbij misschien dan ook de bedoeling was dat die nu in de handen van Frodo is gekomen. Hoe dan ook; hij – Frodo – moet nu vervolgens besluiten, wat hij met deze gevaarlijke gave moet gaan doen.

Dit is één van de momenten in het boek, waarop wij het dichtst bij het noemen van God komen. Tolkien suggereert, maar op een heel subtiele wijze, dat er een wil ten goede werkzaam is in de wereld. Die wil ten goede probeert om dingen ten goede te leiden. Maar die wil wordt nooit expliciet genoemd of een naam gegeven, hoewel die er op de achtergrond steeds is en af en toe bespeurbaar wordt. Dit is een eerste, gelovig, thema, als je wilt.

Er is een tweede, die hier onmiddellijk verband mee houdt: Tolkien gaat uit van het bestaan van een individuele vrije wil, en dus van de verantwoordelijkheid van ieder individu om beslissingen te nemen. En voor Tolkien is ieder wezen dat een vrije wil heeft, in oorsprong goed. Maar natuurlijk is er ook het kwaad. Er is zelfs heel veel kwaad in The Lord of the Rings. Want in het boek ontspint zich een tweede wereldwijde oorlog, waarin het kwaad probeert de macht te grijpen, en iedereen van goede wil met man en macht moet proberen om dat te voorkomen.

Zoals in ieder goed sprookje, is het voor ons als lezers daarbij volstrekt helder, wat goed en kwaad is. Maar voor de personages in het verhaal ligt dat heel anders. In het verhaal ligt het kwaad voor iedereen, hoe goed je van oorsprong ook bent, als een verleiding op de loer. En de belangrijkste verleiding is die van de macht. Ook de macht om het goede te doen.

Die verleiding is er dus voor iedereen in het boek. Niemand ontsnapt daaraan. Maar dat legt dan de centrale vraag op tafel, hoe je met die verleiding omgaat.

Het is een heel oude discussie, natuurlijk. Is de mens tot het kwade geneigd, of juist tot het goede?

Tolkien neemt hierin een heel katholiek standpunt in (hoewel de nodige katholieken tot een ander standpunt geneigd zijn, natuurlijk). Voor hem is de mens van nature goed – of, om het toepasselijker te zeggen; ieder wezen (mens, elf, dwerg of hobbit) is van nature goed. Maar wij staan allemaal onder de verleiding van het kwaad. En ieder van ons heeft een onvervreemdbare verantwoordelijk-heid om daarin keuzes te maken.

Hoe maak je die keuzes? Dat brengt me bij een ander belangrijk thema, maar ik wil eerst het voorgaande nog even verdiepen:

Er is een oude overtuiging in de katholieke theologische traditie, die trouwens veel ouder is dan het christendom, en op de Griekse klassieke filosofie teruggaat. Namelijk dat “zijn” en “goed-zijn”; “zijn” dat wil zeggen, het naakte bestaan, bestaan als zodanig, en het goede, wezenlijk met elkaar samen-hangen. In de klassieke theologische formulering heet dat “esse et bonum convertuntur”, of – om de titel van een boek van Scott MacDonald te parafraseren – Being is goodness.

In de boeken van Tolkien vind je dat op allerlei manieren terug. De machtigste figuren, bijvoorbeeld, zoals de tovenaars (onder wie Gandalf, een “wizard” op z’n Engels, in zekere zin als boodschappers van het goede, vergelijkbaar met wat in de christelijke traditie engelen zijn) zijn onnoemelijk oud. Zij hebben dus letterlijk meer ‘zijn’, in de zin dat zij veel langer bestaan dan gewone stervelingen. Ook elfen hebben dat. Zij zijn namelijk onsterfelijk, tenzij zij met geweld worden gedood. En zij hebben vermogens die mensen niet hebben, zoals het vermogen om met dieren te spreken, en om alles dat met natuur te maken heeft, veel beter te verstaan dan mensen ooit zouden kunnen.

Maar zelfs bij mensen zien zij het in The Lord of the Rings terugkomen.  Zo zijn er vertegenwoordigers van heel oude en eerbiedwaardige geslachten, die elf-achtige eigenschappen hebben, zoals het geslacht van Aragorn, die aan het einde van het verhaal als rechtmatige koning terugkomt op de troon van het belangrijkste koninkrijk van Middle Earth. Zij zijn mensen met meer “zijn” en die vaardigheden hebben, die andere mensen niet (meer) bezitten. Zij worden ook veel ouder dan wij, gewone stervelingen.

Terug naar die keuzes: Hoe maak je goede keuzes? Een belangrijk deel van het antwoord van Tolkien is, dat je dat leert. Er is een mooi boekje van Mark Eddy Smith, getiteld Tolkien’s Ordinary Virtues, “Tolkien’s alledaagse deugden”. Eddy Smith vraagt daarin aandacht voor de deugden waar Tolkien voor pleit. Het zijn de deugden die hobbits, niet voor niets de helden van het verhaal, bij uitstek hebben: Hobbits houden van lekker eten en drinken. En van goed gezelschap. Ze worden gekenmerkt door eenvoud, generositeit, vriendschap, gastvrijheid, en een groot hart dat blijft hopen, ook als er geen reden voor hoop lijkt te zijn.

Deugden zijn – volgens de klassieke definitie – aangeleerde goede gewoonten. En zij helpen om richting te vinden bij het maken van keuzes.

Maar Tolkien lijkt bovendien van mening te zijn, dat deugden niet alleen aangeleerd zijn. Er zijn ook mensen (of Hobbits) die die deugden van nature meer lijken aan te kleven, dan anderen. Hoe dat ook zij, in Tolkien’s vroege jaren was er voor deugden zowel filosofisch als theologisch nog volop aan-dacht, een aandacht die deels weer aan het terugkeren is. Maar Tolkien heeft het belang van deugden eerder in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog ontdekt, dan op zijn studeerkamer. Tijdens de Eerste Wereld was hij, als academisch gevormd mens, een luitenant in het Britse leger. En hij heeft in de loopgraven een diepe bewondering ontwikkeld voor de deugdzaamheid van de gewone Britse soldaten met wie hij daar te maken had. Hij heeft ooit gezegd dat wat hem vooral hoop bleef geven, het gewone fatsoen van gewone mensen was.

Dat brengt ons bij het laatste thema in de Lord of the Rings, dat ik ter sprake wil brengen: De wereld van Middle Earth en van The Lord of the Rings met zijn verschrikkelijke oorlog, staat bol van de machtige mensen en de nog veel machtiger wezens, zoals de elfen en de tovenaars. Maar die machtige wezens zijn niet degenen die de wereld redden. In tegendeel: degenen die de wereld redden, zijn de vier hobbits die de hoofdpersonen zijn. Zij zijn geen machtige en grootse wezens. Zij zijn half zo groot als een mens, zoals ik al vertelde. Er is niets bijzonders aan hen. Één van hen is een jonge rentenier en een beetje een student. Een tweede is een tuinman. En de andere twee zijn al even gewoon en on-heroïsch. Ze zijn geboren in kleine dorpjes in een uithoek van het immense rijk dat Middle Earth is, en waarin zij opeens een hoofdrol gaan spelen.

Er is een duidelijke parallel met verhalen uit de Bijbel. Één van de sleutelverhalen in het Oude Testament is dat van de uittocht uit Egypte. Het is het centrale verhaal van het Joodse Paasfeest. In dat verhaal wordt verteld hoe God zich ontfermt over het kleine Israël. Het kleine Israël is een speelbal in de handen van de machtige buurlanden Egypte en Assyrië. En het verhaal vertelt hoe het volk Israël als slaven gevangen zit in Egypte. Het verhaal toont hoe God niet aan de kant van de machtigen blijkt te staan, maar  kiest voor het onaanzienlijke. Hij zendt Mozes en bevrijdt Israël uit het slavenhuis waarin het gevangen zit.

Hier valt veel over te zeggen natuurlijk. Maar het thema van het onaanzienlijke, dat van waarde blijkt en waar Gods oog op valt, is een thema dat regelmatig in de Bijbel terugkomt. Bijvoorbeeld ook in het verhaal van David, die als jongste van zijn broers het slavenwerk van de familie doet en de kudde van de familie hoedt, maar uitgekozen wordt om de koning te worden van Israël.

En hetzelfde zien wij zeker ook terug in het verhaal van Jezus. Volgens het christelijke geloof wordt God zichtbaar als nooit tevoren in het menselijke gelaat van Jezus. En hij wordt geboren in een uithoek van de provincie Palestina, op zichzelf al een uithoek van het immense Romeinse Rijk. De christelijke traditie toont en viert hem in twee christelijke feesten bij uitstek. Namelijk met Kerstmis, het feest dat wij vannacht en morgen vieren, en met Pasen. Kerstmis toont Hem als een klein kind, voor wiens zwangere moeder geen plaats was in een herberg, zodat zij moest bevallen in een stal en haar kind in een voerbak te rusten moest leggen. En Pasen toont Hem hangend aan een kruis, doodgemarteld na een onverdiend schijnproces.

Wij spreken in de christelijke traditie wel van Gods’ macht en almacht. Maar die macht van God is een hele vreemde macht. Het is een macht die anders is, dan die van de mensen. Een macht, namelijk, die menselijke macht eerder ontmaskert en toont voor wat ze is, omdat die goddelijke macht zich toont in wat weerloos lijkt, maar van waarde is. Zoals ze ook bij voorkeur kiest voor wat weerloos lijkt, maar waardevol is.

Ik wil eindigen met het slot van The Lord of the Rings: De oorlog is gestreden en gewonnen. De helden zijn geëerd en gevierd. En wij zijn aan het einde van het derde tijdperk van Middle Earth gekomen; de Elfen verlaten Middle Earth, en Frodo – de held van het verhaal – reist met hen mee, omdat hij verwond is door wat hij heeft doorgemaakt om in Middle Earth nog langer te kunnen blijven leven.

En in de laatste scene van het boek richt de schijnwerper zich niet op alle grote helden, zelfs niet op Frodo. De schijnwerper wordt gericht op Sam Gamgee, zijn knecht en tuinman en misschien de eenvoudigste van de vier hobbits, die Frodo in de moeilijkste omstandigheden trouw is gebleven en met enorme moed heeft bijgestaan. Sam begeleidt Frodo naar de havens, waar Frodo scheepgaat om naar de Gelukzalige Eilanden te gaan. En Sam keert na het afscheid terug naar huis. Hij beklimt de heuvel waar hij woont, en ziet het licht van de haard die daar brandt. Er is een avondmaaltijd die voor hem klaar staat, want hij wordt verwacht. Hij is inmiddels getrouwd met Rose, zijn jeugdliefde en zij hebben inmiddels een dochtertje, Elanor. Ik lees het slot van het boek voor:

Sam turned to Bywater, and so came back up the Hill, as day was ending once more. And he went on, and there was yellow light, and fire within; and the evening meal was ready, and he was expected. And Rose drew him in, and set him in his chair, and put little Elanor upon his lap.

He drew a deep breath. ‘Well, I’m back,’ he said.

En daar eindigt het grootse epos. Niet in prachtige paleizen en in het gezelschap van machtige koningen en krijgers. Maar thuis bij een tuinman, bij een haardvuur en een goede maaltijd met de mensen die je dierbaar zijn.

Het is een passend beeld voor een eenvoudige hobbit die van een goed glas bier, lekker eten en goed gezelschap houdt. En het lijkt me bovendien een toepasselijk beeld voor ons, op de drempel van het Kerstfeest, nu wij hopelijk ook samen zullen zijn met mensen die ons dierbaar zijn, met een goed glas en een gezellige maaltijd.

 

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.

Weekbericht Rotary Club Nijmegen 17 december 2021

 

 

                                                                      

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 / Jaargang 64 /  Bijeenkomst  van 17 december 2021

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig:  16 leden, 8 online

Gasten:  Shireen Kaijadoe

  •  24 december:                Tjeerd Jansen – Christelijke thema’s in “Lord of the Rings” ONLINE
  • 31 december:                Geen clubbijeenkomst
  • 7 januari 2022:              Nieuwjaarsbijeenkomst: winterwandeling (ovb)
  • 14 januari 2022:            LET OP: Gewijzigd programma (Schouwburg/Vereeniging) (ovb)
  • 21 januari 2022:            Eerste clubbijeenkomst op nieuwe locatie: Groenewoud

Bijeenkomst geopend door de voorzitter, 2 verjaardagen deze week (Paul Dirven en Anneke Assen), en agenda komende meetings kort besproken.

Shireen Kaijadoe de spreker, titel van haar voordracht is : Als suïcide en suïcidale uitingen de dag kleuren, een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen en behoeften van jongeren in JeugdzorgPlus.

Shireen, van oorsprong filosoof, is nu onderzoeker bij Karakter, kinderpsychiatrie Karakter, Nijmegen.

Van 81 jeugd suïcides, ongeveer 1/3 in de gesloten jeugdzorg. Hierover was weinig bekend, daarnaar doet Shireen onderzoek.

Onderzoeksvraag: Wat gebeurt er in jeugdzorg als jongeren zich suïcidaal uiten, hoe beïnvloedt dat het leefklimaat? Met begeleiders en jongeren.

Jeugdzorg

Bijna 440.000 jongeren.

In gesloten jeugdzorg: ongeveer 2000-2500 (JeugdzorgPlus, civiele machtiging: restricties, NIET crimineel), hier werken pedagogisch medewerkers, geen behandelaars.

Geen data over suïcide problemen bij deze groep.

Groepen: 8-12 jongeren, 2 pedagogisch medewerkers, verzorgen/opvoeden/behandeling.

Behandeling vaak probleem: te weinig personeel. Veel complexe problemen.

Restricties: ‘gevangenis’.

1 kinderpsychiater in gesloten jeugdzorg of consultatie.

Onderzoek:

Projectleider heeft met ervaringsdeskundigen het project samengedaan: kinderen/volwassenen die zelf in gesloten instelling hebben gezeten, incl. automutilatie (vaak voorstadium voor depressie). Zijn HBO/universitair geschoold.

Hoe wordt er in de keten gehandeld?

Hoe handelen hulpverleners?

Hoe ervaren jongeren het zelf?

13 jongeren hebben zich aangemeld.

Interviews, gaat over kinderen die suïcidaal gedrag tonen: daarbij wordt er vaak gegrepen naar isolatie/separeer cel.

Verschillende reacties, grote angst en eenzaamheid bij kinderen, ook zij die het als groepslid meemaken bij een andere kind.

Groep met andere zieke kinderen maakt het heel lastig.

Voor groepsleiders heel moeilijk: aan de ene kant willen we suïcide voorkomen, aan de andere kant relationele veiligheid bieden. Met grote groepen en weinig personeel is dat lastig.

Wat werkt wel? responsief  werken: relationele veiligheid bieden.

Wat werkt niet? Beheersmatig werken. Dan gaan meer isolement, en stoppen met praten.

Verbetersuggesties:

Meer hulpverleners, training. Behandelen van kinderen, meer personeel/kleinere groepen, steun ook voor hulpverleners (ook vaak zelf trauma door de meegemaakte suïcides).

Jongeren: luister en praat met mij. Afschaffen isoleercel, stabiliteit in groepen, niet steeds andere groepen, aandacht gezonde deel van hun leven.

Take home message:

Voor elk kind!

Luister, praat, contact!

Shireen stuurt ook haar powerpoint en de film die erover gemaakt is.

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.

 

Weekbericht Rotary Club Nijmegen 10 december 2021

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 / Jaargang 64 /  Bijeenkomst  van 10 december 2021

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig:   16 leden

Gasten:  geen

  • 17 december:                Shireen Kaijadoe – Titel volgt
  • 24 december:                Tjeerd Jansen – Christelijke thema’s in “Lord of the Rings”
  • 31 december:                Geen clubbijeenkomst
  •  7 januari 2022:              Nieuwjaarsbijeenkomst: winterwandeling
  • 14 januari 2022:            LET OP: Gewijzigd programma (Schouwburg/Vereeniging)
  • 21 januari 2022:            Eerste clubbijeenkomst op nieuwe locatie: Groenewoud

MEDEDELINGEN:  

  • Er zijn de afgelopen week alweer geen jarigen geweest. 😉
  • Vandaag is een memorabele dag. Want vandaag werd op 10 december 1948 de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens aangenomen.
  • De voorzitter vraagt om vandaag de tuinzaal te verlaten via de tuideuren, vanwege een condoleance in het restaurant.
  • Rozenhof is ook ingelicht over onze overstap naar Groenewoud als locatie voor onze clubbijeenkomsten. Vanaf 14 januari hebben wij de lunchbijeenkomsten in Groenewoud, zoals gebruikelijk met inloop om 12.00 uur en bijeenkomst van 12.30 tot 14.00 uur. N.B.: Groenewoud biedt ons een lunch bestaande uit een warm en een koud gerecht; de organisatie van de keuken is strakker en de aanmeldingsprocedure wordt stipt gevolgd. Tot 4 uur tevoren is eventueel rechtstreeks door betrokkene met Groenewoud een wijziging op de aanmelding door te geven.
  • Anneke Assen vertelt dat zij op bezoek is geweest bij Anneke Gabreëls, die ons hartelijk laat groeten.
  • Qader Shafiq meldt dat er gisteren 14 bomen zijn gepland in het Wij-bos. En de Shelter-city gaste gaat na 3 maanden terug naar Congo, waar zij voornemens heeft voor een behartigens-waardig project. Er wordt nagedacht over de ondersteuning daarvoor.

inleiding: Tjeerd Jansen: Stavaza Aquaviva, de ontwikkelingen in mijn werk gedurende de laatste anderhalf jaar

Tjeerd geeft een impressie van de ontwikkelingen in zijn werk in de laatste anderhalf jaar. Hij zet het eerst in het bredere perspectief van de verhuizing van de Houtlaan, nu ruim 5 jaar geleden en de opdracht voor de toekomst, om na 2025 een scenario te hebben voor een duurzame vormgeving van het huis.

In de afgelopen jaren is er veel veranderd. De verhuizing heeft nogal wat consequenties gehad, omdat die voor niet iedereen gemakkelijk geweest is. Bovendien werd verhuisd naar een veel groter huis. Dat bracht eisen voor de medewerkers met zich mee. En met de groei van bewoners ook een groei in personeel. De samenstelling van de populatie van het huis veranderde bovendien. In het Berchmanianum was 100% van de populatie religieus of priester van een bisdom. Nu is dat nog 30%. Op de Houtlaan maakten nog 40 jezuïeten deel uit van de communauteit. Nu zijn er nog 18 jezuïeten op Aqua Viva.

De jezuïeten hebben nog een grote stem. Het gebouw is van hen. In de stichting die de instelling beheert hebben zij nog een doorslaggevende invloed. En het huis heeft een extra subsidiëring door de Sociëteit nodig om zonder verlies te draaien. Maar ook bestuurlijk is er veel aan het veranderen, een ontwikkeling die zich in de toekomst zal voortzetten.

De periode laatste anderhalf jaar begon met een bestuurlijke crisis. Die is tot een oplossing gebracht, maar niet zonder veel inspanning en een aantal pijnlijke personele beslissingen.

Begin dit kalenderjaar werd een nieuwe directeur/locatiemanager aangesteld, en – voor het eerst – een professionele voorzitter van het bestuur. De twee dames hebben een vliegende start gemaakt.

Naast veranderingen in bestuur en directie werd ook de Raad van Toezicht geprofessionaliseerd.

De veranderingen zijn voelbaar voor de medewerkers in de organisatie, én in bestuur en RvT. Voor het eerst in lange tijd is er het gevoel dat we nu positief aan het bouwen zijn. Wat ook positief stemt is dat de bewoners van alle perikelen weinig gemerkt hebben. De één of ander heeft bespeurd dat er wat aan de hand was, maar wij zijn steeds in staat gebleven om de bewoners een goed thuis te geven.

Er zijn de nodige uitdagingen voor de toekomst. Op de eerste plaats financieel, met de opdracht vóór 2025 de boeken sluitend te krijgen. Maar ook strategisch, omdat wij in 2025 willen kiezen voor een scenario voor de meer duurzame toekomst van het huis. Gaan we zelfstandig verder? Of doen we dat in een strategische samenwerking met andere huizen? Of komt er misschien zelfs een fusie? Bij die strategische vragen zijn er ook meer operationele doelstellingen te halen, ten aanzien van werving en toerusting van personeel en de verdere ontwikkeling van de organisatie.

Ten aanzien van zijn eigen rol vertelt Tjeerd nog, dat hij een aantal verschillende petten op heeft. In de communauteit is hij de minister van het huis, met vooral organisatorische en mantelzorg-taken in assistentie van de overste. In de instelling is hij lid van het Managementteam (samen met de bestuursvoorzitter en de directeur), en bovendien (zoals de bestuursvoorzitter natuurlijk) lid van het bestuur. Maar bovendien is hij nog lid van de vaste adviesraad van de regionale overste van de Nederlandse en Vlaamse jezuïeten, die op zijn beurt q.q. de voorzitter is van de Raad van Toezicht van het bestuur van de stichting die Aqua Viva beheert. Wat de inleider nog vergeet te zeggen, maar uw verslaggever weet aan te vullen, is dat Tjeerd naast zijn werk op Aqua Viva ook bestuurder is van de Vrouwen van Bethanië, een congregatie van de Katholieke Kerk. Daarnaast heeft hij nog een paar kleinere nevenfuncties in de orde en in studentenpastoraat.

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.

 

Agenda bestuursvergadering 13 december 2021

 

Rotary Club Nijmegen

Agenda Bestuursvergadering 13 december 2021

Bij Maike, Mr. Franckenstraat 36, 6522 AE Nijmegen

Aanvang 18:00 uur met maaltijd.

  1. Opening; vaststellen Agenda
  2. Mededelingen
  3. Notulen Bestuursvergadering 12 oktober 2021 (bijlage)
  4. Commissie PR en website ( ingekomen 2 e-mails van Theo Bergen)
  5. Community services
  6. Lustrumcommissie
  7. Vervolg ALV
  8. Nieuwjaarsbijeenkomst
  9. Nieuwe locatie (Groenewoud)
  10. W.v.t.t.k.
  11. Rondvraag en sluiting

 

Weekbericht Rotary Club Nijmegen 3 december 2021

 

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 /  Jaargang 64 /  Bijeenkomst  3 december 2021

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MELDT U ALS VERSLAGLEGGER ;  brengt agenda mee en schrijft u in!!

 MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig: 18 leden, 3 online

Gasten: geen

  • Do 9 december:           Paul van Tongeren – titel volgt VERVAL
  • 10 december:                Tjeerd Jansen – Stand van zaken in Aqua Viva. ontwikkelingen van de laatste anderhalf jaar
  • 17 december:                Shireen Kaijadoe – Titel volgt
  • 24 december:                Tjeerd Jansen – Christelijke thema’s in “Lord of the Rings”
  • 31 december:                Geen clubbijeenkomst
  • 7 januari:                       Nieuwjaarsbijeenkomst: winterwandeling

 BELANGRIJKE DATA:  

–         10 december:  Lustrumfeest, dag voor 80-plussers GEANNULEERD

–          14 januari 2022:  Eerste clubbijeenkomst op nieuwe locatie: Groenewoud

MEDEDELINGEN:  

  • Wij hebben allemaal het slechte nieuws van Astrid vernomen. Haar artsen hebben met haar een behandelplan opgesteld. In verband hiermee zal zij de komende tijd niet op de club kunnen verschijnen.
  • De voor vandaag geplande ledenvergadering is uitgesteld omdat zich slechts een gering aantal leden voor deze bijeenkomst had opgegeven. Gezien het belang van de te nemen besluiten wordt ze verdaagd tot een moment waarop meer leden aanwezig kunnen zijn.
  • Er is een alternatief programma voor vandaag: Jan Roelof zal vertellen over de wateroverlast en de overstromingen van de afgelopen zomer.
  • Volgende week zal de bijeenkomst op vrijdag zijn in plaats van de donderdagavond ten gevolge van de coronamaatregelen. Rozenhof kon schuiven, maar onze spreker van de donderdagavond niet. Er wordt nog gewerkt aan een programma voor die vrijdag.
  • Jan Roelof deelt mee dat er een knoop is doorgehakt ten aanzien van de vraag van een overstap naar een andere locatie. Er is overleg geweest met de Vereeniging. Die kunnen ons niet structureel herbergen, omdat zij te vol zitten. Groenewoud kan ons echter wel ontvangen in hun vorig jaar gerenoveerde zaal. Vanaf 14 januari aanstaande zullen wij daar bijeenkomen.
  • Ronald de Groot doet een dringende oproep aan alle leden. Wil je s.v.p. melden om een programmaonderdeel te verzorgen of om iemand van buiten te melden voor het programma. Met name in de komende weken is dat urgent.
  • Er wordt gemeld dat niet alle deelnemers aan het 80+project bericht over de afgelasting hebben ontvangen. Daar zal actie op worden genomen.

Vanwege de penningmeester:

Als de ALV had plaatsgehad, dat had hij een meer uitgebreide rapportage gegeven. Nu geeft hij een korte inkijk in de financiële situatie van de club.

De jaarrekening is nagenoeg compleet, zowel van de club zelf als van het Theo van Broekhovenfonds. Op 13 december zal die in het bestuur worden gebracht, waarna verspreiding in de club zal plaatsvinden. Op de ALV komen we erop terug.

Het eigen vermogen van de club is gestegen. Wij willen 1x de jaarcontributie in reserve hebben, en dat is ook het geval. Er is een extra bijdrage vanuit de clubkas naar de lustrumkas gegaan.

In het Theo van Broekhovenfonds is het eigen vermogen iets gedaald. Het ledenaantal daalt en ook de hoogte van de bijdrage van de individuele leden neemt af. De inkomsten lopen daardoor iets terug. Er zijn dit jaar ook iets meer donaties toegekend. In combinatie leidt dat tot het iets teruglopende resultaat.

De begroting voor het lustrumjaar ziet er gezond uit. Er worden gelden gereserveerd voor het 80+project, in de hoop dat het later in dit jaar toch nog kan plaatsvinden.

De algehele samenvatting kan zijn, dat wij als club financieel in goede gezondheid verkeren. De penningmeester wordt met applaus bedankt.

Jan Roelof: Hoogwater 2021

Jan Roelof memoreert dat er in de afgelopen zomer in het zuiden van het land en in onze buurlanden  sprake was van grote overlast. Er heeft zich een heel uitzonderlijk situatie voorgedaan die tot extreem hoogwater leidde. Hij toont een aantal foto’s die de ernst van de gebeurtenis duidelijk illustreren.

In reactie op de overstromingen is binnen een week een taskforce van start gegaan op initiatief van de TU Delft. Jan Roelof heeft de leiding daarvan op zich genomen. Het doel was om informatie te verzamelen, opdat we ons beter zouden kunnen voorbereiden op de toekomst, en schade te voorkomen of te beperken. Het doel was nadrukkelijk niet om beleidsaanbevelingen te doen of gevoerd beleid te evalueren. Het ging om het verzamelen van technische en feitelijke gegevens. Daartoe is veldbezoek verricht en er is veel informatie aangeleverd door deelnemende instituten zoals het KNMI en verschillende universiteiten en onderzoeksinstituten. Het onderzoek is uitgevoerd en afgerond in een periode van zeven weken.

Het onderzoek heeft gefocust op een zestal onderwerpen.

In meteorologisch opzicht moet gesproken worden van een extreme en uitzonderlijke gebeurtenis, waarbij een record hoeveelheid neerslag is gevallen, die leidde tot een record aan af te voeren water. De neerslag werd veroorzaakt door een “koudeput” die op z’n plek werd gehouden door een tweetal hogedrukgebieden aan weerszijden. In die koudeput kwam heel veel water naar beneden, en die hoeveelheid neerslag is eigenlijk pas de dag tevoren juist voorspeld. Alle voorspellingen in de dagen daarvóór schatten de hoeveelheid neerslag veel te laag in, hetgeen bijvoorbeeld in Duitsland geleid heeft tot onjuistheden in de alarmering van de bevolking.

De primaire waterkeringen hebben zich in Nederland grosso modo goed gehouden. Er waren wel een paar kritieke situaties. En in ieder geval is er een grote inzet van noodmaatregelen gemobiliseerd voor het geval er toch iets mis zou gaan. Bij een aantal niet-primaire waterkeringen hebben zich wel doorbraken voorgedaan, zoals in Roermond bij de hockeyclub Concordia. Ook zijn er een paar zandmeevoerende wellen geweest, waarbij de grootste gevolgen echter konden worden voorkomen.

In de rivieren heeft de plotseling ontstane hoeveelheid water tot hoge waterstanden geleid. Maar, vergeleken met het hoogwater in 1993 en 1995, was dat niet extreem. Dat hangt samen met verbeteringen in het stroomgebied. Er waren wel andere effecten, zoals enorme erosie en dus ook grote depositie van sediment. De erosie heeft zich voorgedaan aan de oevers, maar ook aan de bodems van rivieren. Erosie aan de bodem kan grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer die plaatsvindt bij strekdammen. Als de bodem in de buurt van een strekdam verdwijnt, kan vervolgens de dam zelf in de rivier verdwijnen. Wat ook in grote hoeveelheid verdwenen is, is plastic. Naar schatting is zestig maal de normale hoeveelheid plastic naar zee gespoeld.

Er is enorme schade veroorzaakt. In Nederland wordt de schade geschat op 350 à 600 miljoen. Er is fysieke schade geleden aan gebouwen, inboedels, infrastructuur, landbouw-producten  etc. Ongeveer 5000 inwoners, 2500 huizen en 600 bedrijven langs de Geul, de Roer en de Maas zijn daar direct door getroffen. Maar er is ook schade opgetreden door bedrijfsuitval.

De schade in Nederland was veel hoger dan bij de incidenten in 1993 en 1995. Maar ze vallen in het niets bij de rampzalige schade in België en Duitsland. In Nederland zijn er geen dodelijke slachtoffers te betreuren geweest. Maar in België zijn er minstens 42 doden gevallen en in Duitsland 180. De materiële schade in België bedraagt meer dan 350 miljoen. In Duitsland komt de schade op 20 à 30 miljard.

Bovendien is er immateriële schade in de vorm van stress en gezondheidsproblemen. Navraag bij huisartsen en bedrijfsartsen maakte duidelijk dat er direct na de overstroming een piek was in angstklachten en klachten over stress en bezorgdheid. Een maand na de overstroming was de piek van die klachten lager, maar nog steeds veel hoger dan normaal. Ten aanzien van de watervoorziening hebben wij geluk gehad dat de ramp zich voordeed in een zomer die niet erg droog was. Maar vanwege het gevaar van besmet water was de waterinlaat bij Roosteren anderhalve maand buiten bedrijf, hetgeen in een droge zomer tot capaciteitsproblemen in de drinkwatervoorziening zou hebben geleid.

Tot slot de kwestie van evacuaties en noodmaatregelen: het crisismanagement loopt via de veiligheidsregio’s en is geen verantwoordelijkheid van de waterschappen. Er is door water-schappen wel bijstand verleend, zoals er ook bijstand kwam van defensie en het Rode Kruis, maar ook bijvoorbeeld door bedrijven die hun materieel en menskracht inzetten. In de loop van de avond van 14 juli en tot de 16e zijn er ongeveer 50.000 mensen geëvacueerd. Er is echter nauwelijks gebruik gemaakt van noodopvang. In sommige gevallen zijn mensen gered door hulpdiensten, maar verreweg de meesten hebben het overstromingsgebied op eigen kracht kunnen verlaten. De evacuatie heeft ook een ziekenhuis en een aantal zorginstellin-gen getroffen.

Samenvattend: Er heeft zich een zeer uitzonderlijke en rampzalige situatie voorgedaan, die overigens niet met enige zekerheid gerelateerd kan worden aan de klimaatproblematiek. De schade is nu veel groter geweest dan bij de overstromingen in 1993 en 1995. De paniek die zich toen voordeed, heeft zich nu echter niet voorgedaan. Er is nauwelijks een politieke reactie op de gebeurtenissen geweest, wellicht ook omdat de pandemie de aandacht wegnam.

Maar Nederland heeft wel geluk gehad. Het had allemaal veel ernstiger voor ons kunnen uitpakken. Zowel nationaal als internationaal moet deze gebeurtenis worden gevolgd. Zo is er nog geen internationaal rampenplan, hoewel er wel gegevens worden uitgewisseld. Op het gebied van de internationale samenwerking bij een ramp als deze, valt er nog wat te doen.

 

Jan Roelof heeft ons een boeiende inkijk gegeven in het hoogwaterprobleem in juli. En het is voor ons mooi om te zien, hoe betrokken hij bij deze problematiek is.

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen.

 

 

 

Weekbericht RC Nijmegen 26 november 2021

 

Rotary Club Nijmegen

Clubjaar 90 /  Jaargang 64 /  Bijeenkomst 26 november 2021

 Motto van clubvoorzitter Jan Roelof Moll “Rotary beweegt voorwaarts! ”

Betalingen aan penningmeester Jeroen Simkens op rek. NL34SNSB0932203108 t.n.v. RC Nijmegen. Rekening Van Broekhovenfonds: NL29INGB0003575209.

MEDEDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT:

Aanwezig:   12 leden

Gasten:  Lilly M. Verhagen

  • 3 december:                 Algemene Leden Vergadering
  • Do 9 december:            Paul van Tongeren – titel volgt VERVALT
  • 10 december:               Jan-Roelof Moll – Factfinding hoogwater 2021
  • 17 december:               Info volgt
  • 24 december:               Tjeerd Jansen – Christelijke thema’s in “Lord of the Rings”
  • 31 december:               Geen clubbijeenkomst
  • 7 januari:                      Nieuwjaarsbijeenkomst

 BELANGRIJKE DATA:  

  • 10 december: Lustrumfeest, dag voor 80-plussers GEANNULEERD

MEDEDELINGEN:  

  • Ronald: Jeugdbijeenkomst gaat niet door wegens corona.
  • Theo: Bijeenkomst voor de 80-plussers in Stevenskerk gaat niet door vanwege corona. We kijken in februari wanneer deze lustrumactiviteit kan doorgaan. De hands-on activiteiten  Lezen op de basisschool. Hidaya zijn opgeschort tot januari 2022.
  • Astrid: doet een mededeling omtrent haar gezondheid. Volgende week volgen nadere onderzoeken.
  • Marieke van Baarle en Hans de Haan worden gefeliciteerd met hun verjaardag.

Spreker Lilly M. Verhagen

Zij wordt geïntroduceerd door Ronald.

Zij was 4 jaar in Venezuela en promoveerde daarna cum laude aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Lilly is vooral geïnteresseerd in luchtweginfecties bij kinderen. Dit is namelijk doodsoorzaak nummer één in Latijns Amerika. Als kinderen, jonger dan 7 jaar, ernstige longontsteking krijgen, houden ze hier hun hele leven last van. Het leek zinvol om meer onderzoek hiernaar te doen om zo tot een andere wijze van behandelen te komen. Zij deed onderzoek in voornamelijk Venezuela, maar ook in Indonesië, Nederland en Zuid Afrika en zelfs bij de vluchtelingen in Griekenland.

Zij studeerde voor kinderarts en epidemioloog in Utrecht.

Aan de hand van een tweetal voorbeelden schetste zij een beeld van haar werkzaamheden en onderzoeken naar luchtweginfecties bij kinderen in de inheemse gebieden in Venezuela.

Voorbeeld 1.

In Venezuela is tuberculose de belangrijkste oorzaak van longontsteking bij kinderen.

Vooral bij de arme inheemse bevolking. Als dokter in het inheems gebied ging zij gegevens verzamelen over TB, omdat de officiële cijfers onbetrouwbaar waren. Zij begon met onderzoek bij volwassenen omdat TB makkelijker vast te stellen is bij deze groep dan bij kinderen. Er bleek veel besmetting te zijn. Daarna moesten de kinderen worden onderzocht dit moest gebeuren in een ziekenhuis dat alleen per boot bereikbaar was. 50% van de kinderen bleek geïnfecteerd. Dat riep de vraag op waarom de andere helft dan niet besmet was. Ze woonden immers dicht op elkaar. Ingegeven door hun eigen ervaring, richtte zij het onderzoek op darminfecties. En het bleek inderdaad dat er een zeer significante relatie bestond met worminfecties en TB. Het vermoeden bestaat dat de worminfecte al een deel van het immuunsysteem gebruikt, waardoor bescherming tegen TB niet optimaal meer kan zijn. Na deze ontdekking werden de kinderen behandeld met het een antiwormmiddel en bleek dit een goedkope en zeer effectieve oplossing.

Voorbeeld 2.

De pneumokokken bacterie is de grootste veroorzaker van longontsteking. In de inheemse gebieden in Venezuela krijgen de kinderen geen vaccin tegen pneumokokken, met wat minder valide argumentatie van de overheid daarbij. Dit is echter ook één van de oorzaken van de hoge aantallen longontsteking bij kinderen in dit gebied. Dus ging Lilly en haar team aan de slag met 500 doses vaccin, die door de fabrikant ter beschikking waren gesteld. En die werkten bijzonder goed. Waarschijnlijk kwam dat door de hogere immuunrespons als gevolg van de chronische ondervoeding bij deze doelgroep. Een volgend probleem was de vaccin-acceptatie (!)

Met veel voorlichting en m.b.v. de traditionele genezers verbeterde dit. Uiteindelijk werd het vaccin toegevoegd aan het rijksvaccinatieprogramma in dit gebied.

Vraag:

Is er ook een relatie met het immuunsysteem en (onder)voeding?

Ja er wordt wel vermoed dat bepaalde hormonen een rol spelen bij interactie tussen immuunsysteem en spijsvertering.

Vraag:

Als iemand als kind longontsteking heeft gehad, wat kun je daar op latere leeftijd nog aan doen?

Goede conditie houden door sporten; niet roken en zo min mogelijk verontreinigde lucht. En wat agressievere behandeling bij luchtweginfecties.

Vraag:

Je was toch ook bij vluchtelingen op Lesbos?

Ja daar onderzoek gedaan naar acute ondervoeding in relatie tot luchtweginfecties. Kinderen daar ook veel last van rook van vuurtjes.

Vraag:

Hoe beschermde je jezelf in Venezuela?

Wel TB-besmetting gehad en ook veel wormkuren geslikt.

 

 

Deze jaargang van het Weekbericht wordt geredigeerd door Hans Classen, Tjeerd Jansen, Paul Dirven en Astrid Wessels (vz). Verzoek van de Ledencommissie: graag de naambadge dragen